Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:3397 ECLI:NL:RVS:2018:3397 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:3397 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:3397
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201803360/4/R6. Datum uitspraak: 17 oktober 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van: de raad van de gemeente Heiloo, verzoeker, om opheffing of wijziging (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) van de bij uitspraak van 16 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2379, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen: [appellante], gevestigd te Heiloo, waarvan de vennoten zijn [vennoot A] en [vennoot B], en de raad van de gemeente Heiloo, verweerder.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:3397 · Raad van State: P.G. Wemmers, advocaat te Alkmaar, en [persoon]. Overwegingen 1. Artikel 8:85, tweede lid, van de Awb luidt als volgt: De voorlopige voorziening vervalt in ieder geval zodra: […]; c. de bestuursrechter uitspraak heeft gedaan.

Keywords

AI generated
artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201803360/4/R6. Datum uitspraak: 17 oktober 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van: de raad van de gemeente Heiloo, verzoeker, om opheffing of wijziging (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) van de bij uitspraak van 16 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2379, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen: [appellante], gevestigd te Heiloo, waarvan de vennoten zijn [vennoot A] en [vennoot B], en de raad van de gemeente Heiloo, verweerder.

Procesverloop Bij besluit van 5 maart 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Noordergeestkerk" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft onder meer [appellante] beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van 16 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2379, heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van 5 maart 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Noordergeestkerk" geschorst wat betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" voor het perceel aan de Vinkenbaan (kadastraal bekend onder sectie A, nummer 7625).

Bij brief van 1 augustus 2018 heeft de raad te kennen gegeven dat het gebrek is hersteld. De raad heeft de voorzieningenrechter verzocht de bij uitspraak van 16 juli 2018 getroffen voorlopige voorziening op te heffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 oktober 2018, waar de raad, vertegenwoordigd door L. Bas, J.G. Francke en J. van der Burg, Msc, en [appellante], vertegenwoordigd door mr. L.T. van Eijck van Heslinga, advocaat te Alkmaar, zijn verschenen. Voorts is ter zitting als partij gehoord Woningstichting Kennemer Wonen, vertegenwoordigd door mr.

P.G. Wemmers, advocaat te Alkmaar, en [persoon]. Overwegingen 1. Artikel 8:85, tweede lid, van de Awb luidt als volgt: De voorlopige voorziening vervalt in ieder geval zodra: […]; c. de bestuursrechter uitspraak heeft gedaan.

2. Bij uitspraak van heden, ECLI:NL:RVS:2018:3316, heeft de Afdeling geoordeeld over de beroepen van [belanghebbende] en anderen en [appellante] tegen het besluit van de raad van 5 maart 2018. In die uitspraak is het beroep van [belanghebbende] en anderen ongegrond verklaard. De Afdeling heeft het beroep van [appellante] gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd wat betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" voor het perceel aan de Vinkenbaan (kadastraal bekend sectie A, nummer 7625) en de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten. Gelet op artikel 8:85, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is de bij uitspraak van 16 juli 2018 getroffen voorlopige voorziening daarmee vervallen.

3. Gelet op het voorgaande dient het verzoek te worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D. Milosavljević, griffier. w.g. Van Diepenbeek w.g. Milosavljević voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2018 739.