Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:330 ECLI:NL:RVS:2018:330 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:330 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:330
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201702142/1/A1. Datum uitspraak: 31 januari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van gedeputeerde staten van Gelderland, verweerder. Procesverloop Bij uitspraak van 8 november 2016 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen de besluiten van het college van 13 mei 2014 en 21 december 2015 tot verlening en wijziging van een omgevingsvergunning, gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en het college opgedragen binnen acht weken na deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de vergunningaanvraag.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:330 · Raad van State: 201702142/1/A1. Datum uitspraak: 31 januari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van gedeputeerde staten van Gelderland, verweerder. Procesverloop Bij uitspraak van 8 november 2016 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen de besluiten van het college van 13 mei 2014 en 21 december 2015 tot verlening en wijziging van een omgevingsvergunning, gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en het college opgedragen binnen acht weken na deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de vergunningaanvraag.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201702142/1/A1. Datum uitspraak: 31 januari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van gedeputeerde staten van Gelderland, verweerder. Procesverloop Bij uitspraak van 8 november 2016 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen de besluiten van het college van 13 mei 2014 en 21 december 2015 tot verlening en wijziging van een omgevingsvergunning, gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en het college opgedragen binnen acht weken na deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de vergunningaanvraag.

Bij brief van 9 maart 2017 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 september 2017, waar [appellant], bijgestaan door mr. I.C. Dunhof-Lampe, advocaat te Enschede, en [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. Ü. Sijsma-Zorlu, ing. R. Rikmanspoel en ing. P. de Boer, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende A] en [belanghebbende B], vertegenwoordigd door mr. A.A de Groot, advocaat te Utrecht, [gemachtigden] en mr W.A.

Havinga, gehoord. Overwegingen 1. Bij uitspraak van heden, ECLI:NL:RVS:2018:254, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank van 8 november 2016 vernietigd en het beroep van [appellant] tegen de besluiten van 13 mei 2014 en 21 december 2015 niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat deze besluiten onherroepelijk zijn en het college geen nieuw besluit op de vergunningaanvraag behoeft te nemen. Gelet hierop heeft [appellant] geen belang meer bij een uitspraak op het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De Afdeling merkt hierbij op dat, anders dan [appellant] ter zitting heeft betoogd, het college aan [appellant] geen dwangsom als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is verschuldigd, reeds omdat [appellant] niet de aanvrager van het besluit is.

Gelet op het vorenstaande is het beroep niet-ontvankelijk.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. G.T.J.M. Jurgens, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, griffier. w.g. Borman w.g. Van der Maesen de Sombreff voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2018 190-842