Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:3148 ECLI:NL:RVS:2018:3148 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:3148 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:3148
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201705247/1/A3. Datum uitspraak: 3 oktober 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Deventer, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 23 mei 2017 in zaak nr. 17/399 in het geding tussen: [wederpartij] en het college. Procesverloop Bij besluit van 21 juli 2016 heeft het college het verzoek van [wederpartij] op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie (hierna: de Who) afgewezen voor zover is verzocht om nieuwsberichten bestemd voor medewerkers binnen de gemeente.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:59 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:3148 · Raad van State: Artikel 13, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: het BW) luidt: "Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt." Het tweede lid luidt: "Een bevoegdheid kan onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen." Artikel 15 luidt: "[Artikel 13 vindt] buiten het vermogensrecht toepassing, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet." 5.2.

Keywords

AI generated
artikel 8:59 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:59 van de Algemene wet bestuursrecht
De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:59 van de Algemene wet bestuursrecht [wederpartij] opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBZWB:2017:3307
Sluis, 2. Loon op Zand, 3. Dongen, 4. Oisterwijk, 5. Woensdrecht, 6. Roosendaal, 7. Middelburg, 8. Kapelle, 9. Alphen-Chaam, 10. Woudrichem, 11. Gilze en Rijen, 12. Schouwen-Duiveland, 13. Noord-Beveland, 14. Breda, 15. Goirle, 16. Veere, 17. Borsele, 18. Vlissingen, 19. Bergen op Zoom, 20. Rucphenverweerders. Procesverloop De beroepen van eiser zijn gericht tegen de besluiten van elk van de verweerders (bestreden besluiten) inzake zijn verzoeken van 29 februari 2016 om op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who) alle nieuwsberichten binnen de gemeente te verstrekken.
ECLI:NL:RVS:2014:4129
201311752/1/A3. Datum uitspraak: 19 november 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 december 2013 in zaak nr. 13/4146 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 22 februari 2013 heeft de minister een door [appellante] ingediend verzoek om openbaarmaking van stukken betreffende een aan haar opgelegde verkeersboete, geweigerd te behandelen. [appellante] heeft daartegen bezwaar gemaakt.
ECLI:NL:RVS:2014:4135
201400648/1/A3. Datum uitspraak: 19 november 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 december 2013 in zaken nrs. 13/2157, 13/3989, 13/4152, 13/4319, 13/4374, 13/5429 en 13/5827 in het geding tussen: [appellant] en de minister van Veiligheid en Justitie. Procesverloop [appellant] heeft bij de rechtbank zeven beroepen ingesteld. Één beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een verzoek om openbaarmaking van stukken betreffende een aan [appellant] opgelegde verkeersboete.
ECLI:NL:RVS:2018:1634
201706224/1/A3. Datum uitspraak: 16 mei 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 juni 2017 in zaak nr. 16/3479 in het geding tussen: [wederpartij] en het college. Procesverloop Bij besluit van 19 januari 2016 heeft het college de verzoeken van [wederpartij] van 16 november 2015 en 6 december 2015 om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen.
ECLI:NL:RVS:2016:157
201311805/1/A3. Datum uitspraak: 27 januari 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 december 2013 in de zaken nrs. 13/3406, 13/3407 en 13/4945 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 22 februari 2013 heeft de minister de verzoeken om openbaarmaking van [appellante] buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 18 april 2013 heeft de minister dat besluit herzien en alsnog een aantal documenten openbaar gemaakt.
ECLI:NL:RVS:2018:3147
201700951/1/A3. Datum uitspraak: 3 oktober 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Best, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 19 januari 2017 in zaak nr. 16/2607 in het geding tussen: [wederpartij] en het college. Procesverloop Bij besluit van 14 maart 2016, kenmerk PU16-02342/PI16-01821, heeft het college het verzoek van [wederpartij] op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie (hierna: de Who) toegewezen en de door hem gevraagde nieuwsberichten verstrekt via de gemeentelijke website.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201705247/1/A3. Datum uitspraak: 3 oktober 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Deventer, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 23 mei 2017 in zaak nr. 17/399 in het geding tussen: [wederpartij] en het college. Procesverloop Bij besluit van 21 juli 2016 heeft het college het verzoek van [wederpartij] op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie (hierna: de Who) afgewezen voor zover is verzocht om nieuwsberichten bestemd voor medewerkers binnen de gemeente.

Voor het overige heeft het college het verzoek toegewezen en de nieuwsberichten verstrekt via vijf online bronnen. Bij besluit van 27 december 2016 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 mei 2017 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 27 december 2016 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld.

De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:59 van de Algemene wet bestuursrecht [wederpartij] opgeroepen ter zitting te verschijnen. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 juli 2018, waar [wederpartij] en het college, vertegenwoordigd door mr. W.J.R. Krol en M.C.G. van Straalen, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. [wederpartij] heeft bij alle gemeenten in Nederland op grond van de Who verzocht om verstrekking van alle nieuwsberichten binnen de gemeente, inclusief de daarbij behorende publicatiedata, afbeeldingen, verantwoordelijke afdeling, bijvoorbeeld in- of externe doelgroep en andere metadata.

Ook bij de gemeente Deventer heeft hij dit verzoek ingediend (hierna ook: het Who-verzoek). In het verzoek heeft hij vermeld dat hij de wens heeft om al het lokale, bestuurlijke nieuws inzichtelijker te maken en dit op een website te verzamelen, die voor eenieder openbaar is. Hij heeft het college verder verzocht de gevraagde gegevens te genereren in elektronische vorm en in een open overzichtelijk formaat.

2. Bij besluit van 21 juli 2016 heeft het college het verzoek afgewezen voor zover is verzocht om nieuwsberichten bestemd voor medewerkers binnen de gemeente omdat dat volgens het college informatie betreft die niet openbaar is. Voor het overige heeft het college het verzoek toegewezen en de informatie ‘as is’ verstrekt via enkele online bronnen. De vele duizenden nieuwsberichten worden niet in een open en machinaal leesbaar formaat samen met de metadata omgezet en beschikbaar gesteld, omdat dat een onevenredig grote inspanning vraagt, aldus het college.

Het college heeft in navolging van het advies van de bezwarencommissie bij besluit van 27 december 2016 het bezwaar van [wederpartij] ongegrond verklaard. Aangevallen uitspraak 3. De rechtbank heeft naar aanleiding van het betoog daartoe van het college geoordeeld dat [wederpartij] geen misbruik van recht heeft gemaakt. Wat betreft de inhoud heeft de rechtbank overwogen dat het college niet mocht volstaan met de verwijzing naar de door hem genoemde websites. De berichten op de digitale platforms zijn niet beschikbaar in een machinaal leesbaar formaat, terwijl die wel bij de gemeente in een machineleesbare vorm beschikbaar zijn.

Van een onevenredig grote inspanning is volgens de rechtbank geen sprake. Hoger beroep 4. Omdat [wederpartij] zijn bezwaar bij brief van 11 november 2017 heeft ingetrokken, heeft het college de Afdeling bij brief van 22 januari 2018 medegedeeld dat het zijn hoger beroep intrekt, voor zover het is gericht tegen de beslissing van de rechtbank dat opnieuw op het bezwaar dient te worden beslist. Voor het overige heeft het college het hoger beroep gehandhaafd.

5. Het college betoogt dat de rechtbank het beroep van [wederpartij] niet-ontvankelijk had moeten verklaren, omdat hij misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid beroep in te stellen. Het college verwijst naar zijn verweerschrift in beroep voor de concrete aanwijzingen op grond waarvan misbruik van recht dient te worden aangenomen. Ook wijst het college erop dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant naar aanleiding van twintig identieke beroepszaken van [wederpartij] in haar uitspraak van 18 mei 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3307, heeft geoordeeld dat [wederpartij] misbruik van recht heeft gemaakt. 5.1.

Artikel 13, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: het BW) luidt: "Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt." Het tweede lid luidt: "Een bevoegdheid kan onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen." Artikel 15 luidt: "[Artikel 13 vindt] buiten het vermogensrecht toepassing, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet." 5.2.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraken van 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4129 en ECLI:NL:RVS:2014:4135), kan ingevolge artikel 13, gelezen in verbinding met artikel 15, van Boek 3 van het BW, de bevoegdheid om bij de bestuursrechter beroep in te stellen niet worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een bij de bestuursrechter ingesteld beroep dat misbruik van recht behelst, en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig beroep.

Daartoe zijn zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn indien rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. 5.3. Hoewel de indiener van een Who-verzoek gelet op artikel 3, derde lid, van de Who geen belang bij zijn verzoek hoeft te stellen, laat die bepaling onverlet dat de bevoegdheid tot het indienen van een Who-verzoek met een bepaald doel is toegekend, namelijk dat in beginsel alle openbare overheidsinformatie zo gemakkelijk mogelijk beschikbaar moet zijn voor partijen buiten de overheid, zodat op basis van die informatie nieuwe producten en diensten met uiteenlopende doeleinden kunnen worden ontwikkeld.

Omdat misbruik van recht zich kan voordoen indien een bevoegdheid wordt aangewend voor een ander doel dan waarvoor zij is gegeven, kan het doel van een Who-verzoek relevant zijn om te beoordelen of misbruik van recht heeft plaatsgevonden (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 16 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1634). 5.4. [wederpartij] heeft een omvangrijk verzoek om hergebruik van overheidsinformatie ingediend. Hij heeft gevraagd om alle nieuwsberichten binnen de gemeente Deventer, zonder duiding wat tijdsperiode, vorm of onderwerp van de informatie betreft.

Daarnaast is het verzoek verwarrend, nu [wederpartij] enerzijds aangeeft een website te willen opzetten met ‘continu vernieuwende content’, terwijl een besluit van het college over de verzochte nieuwsberichten naar zijn aard slechts betrekking kan hebben op de op dat moment bestaande nieuwsberichten en dus niet op de toekomstige. Anders dan [wederpartij] voorts heeft gesteld, is de vergaring van de gevraagde digitale informatie samen met de metadata, zoals ter zitting is gebleken, geen eenvoudige handeling. Als [wederpartij] bij de indiening van zijn verzoek, zoals hij ter zitting heeft gesteld, hoopte dat de gemeente met hem mee zou denken over hoe de gegevens het best konden worden aangeleverd, had het voor de hand gelegen dat hij eerst contact met de gemeente had opgenomen in plaats van aanstonds een procedure te starten.

Verder was [wederpartij] slechts schriftelijk bereikbaar via een scanservice en een postbus. Voor het indienen van de gronden van het bezwaarschift heeft [wederpartij] een gemachtigde ingeschakeld van het bureau Press Sure B.V.. In de machtiging van 2 mei 2016 staat dat Press Sure B.V. namens [wederpartij] bezwaar zal maken en waar nodig (hoger) beroep zal instellen tegen beslissingen en naar eigen inzicht uitvoering aan de machtiging mag geven. Verder staat daarin dat Press Sure B.V. toegekende proceskostenvergoedingen en griffierechten in ontvangst mag nemen.

Voor het indienen van de gronden van het bezwaarschift heeft [wederpartij] een gemachtigde ingeschakeld van het bureau Press Sure B.V.. In de machtiging van 2 mei 2016 staat dat Press Sure B.V. namens [wederpartij] bezwaar zal maken en waar nodig (hoger) beroep zal instellen tegen beslissingen en naar eigen inzicht uitvoering aan de machtiging mag geven. Verder staat daarin dat Press Sure B.V. toegekende proceskostenvergoedingen en griffierechten in ontvangst mag nemen. Volgens het uittreksel uit het Handelsregister zijn de gezamenlijke bestuurders van Press Sure B.V. [bestuurder A] en [bestuurder B].

Beiden hebben als rechtsbijstandverlener vele procedures gevoerd over verkeersboetes en informatieverzoeken met een beroep op de Wob. Daarin is wegens hun handelwijze meermalen geoordeeld dat daarbij misbruik van recht is gemaakt. Zoals eerder is overwogen (uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:157), mag bij de beantwoording van de vraag of sprake is van misbruik van recht rekening worden gehouden met de handelwijze van een rechtsbijstandverlener in andere procedures, aangezien die licht werpt op een algemene werkwijze.

Verder is in deze zaak het bezwaarschrift vergezeld van een verzoek om proceskostenvergoeding. In de met deze zaak samenhangende zaken, te weten ECLI:NL:RVS:2018:3147, ECLI:NL:RVS:2018:3150 en ECLI:NL:RVS:2018:3151, waarin heden eveneens uitspraak is gedaan, is steeds dezelfde handelwijze gevolgd. Ook zou [wederpartij], naar hij ter zitting heeft gesteld, de som van 40.000 tot 45.000 euro hebben uitgegeven aan kosten voor rechtsbijstand, terwijl hij hoopte een bedrag van 500 tot 600 euro per maand aan advertentie-inkomsten te kunnen genereren. Voor deze financiële ongerijmdheid heeft hij desgevraagd geen verklaring gegeven.

Ook heeft [wederpartij] een website als testomgeving gebruikt, waarvan onweersproken is dat deze website eigendom is van een stichting met [bestuurder B] als voorzitter en [bestuurder A] als penningmeester. De hiervoor vermelde omstandigheden en de gevolgde handelwijze, waarbij [wederpartij] er steeds voor heeft gekozen om aanstonds rechtsmiddelen aan te wenden, vergezeld van een verzoek om proceskostenvergoeding, kan - anders dan de rechtbank heeft overwogen - niet anders worden begrepen dan dat het [wederpartij] en Press Sure B.V. met het Who-verzoek te doen was om een proceskostenvergoeding. 5.5. [wederpartij] heeft misbruik gemaakt van de bevoegdheid om een Who-verzoek in te dienen, nu hij die bevoegdheid heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven zodanig, dat dit gebruik blijk geeft van kwade trouw.

Dit geldt evenzeer voor het gebruik van de bevoegdheid van [wederpartij] om bezwaar te maken bij het college en beroep in te stellen bij de rechtbank, nu het een en het ander niet los kan worden gezien van het gebruik van de Who. Gelet op het misbruik van recht was het beroep bij de rechtbank niet-ontvankelijk. Het betoog slaagt. Slotsom 6. Het hoger beroep van het college is gegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen zal de Afdeling het beroep van [wederpartij] niet-ontvankelijk verklaren.

Aan hetgeen het college overigens in hoger beroep heeft aangevoerd, komt de Afdeling gelet op het voorgaande niet toe.

7. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 23 mei 2017 in zaak nr. 17/399; III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. H.G. Sevenster, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.E.E. Konings, griffier. w.g. Van Altena w.g. Konings voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 oktober 2018 612.