Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:286 ECLI:NL:RVS:2018:286 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:286 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:286
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201707934/6/A3. Datum uitspraak: 31 januari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het verzet van: [verzoekster], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2017 in zaak nr. 201707934/3/A3. Procesverloop [verzoekster] heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2017 in zaak nr. 201707934/3/A3. Zij heeft voorts de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoekster] heeft nadere stukken ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 januari 2018. Namens de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten is mr. M.E. Veenboer verschenen. Overwegingen 1. Bij uitspraak van heden in zaak nr. 201707934/5/A3, heeft de Afdeling op het verzet beslist. Derhalve is er geen geding meer. Daarom dient het verzoek als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:286 · Raad van State: Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier. w.g. Van Sloten w.g. Soffner voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2018 818.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201707934/6/A3. Datum uitspraak: 31 januari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het verzet van: [verzoekster], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2017 in zaak nr. 201707934/3/A3. Procesverloop [verzoekster] heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2017 in zaak nr. 201707934/3/A3. Zij heeft voorts de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoekster] heeft nadere stukken ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 januari 2018. Namens de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten is mr. M.E. Veenboer verschenen. Overwegingen 1. Bij uitspraak van heden in zaak nr. 201707934/5/A3, heeft de Afdeling op het verzet beslist. Derhalve is er geen geding meer. Daarom dient het verzoek als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier. w.g. Van Sloten w.g. Soffner voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2018 818.