Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:2743 ECLI:NL:RVS:2018:2743 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:2743 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:2743
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201805940/1/A1. Datum uitspraak: 14 augustus 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), in het geding tussen: [verzoekster], wonend te Tilburg, en het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, verweerder. Openbare zitting gehouden op 14 augustus 2018 om 10:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad: mr. N. Verheij, voorzieningenrechter griffier: mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:2743 · Raad van State: 201805940/1/A1. Datum uitspraak: 14 augustus 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), in het geding tussen: [verzoekster], wonend te Tilburg, en het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, verweerder. Openbare zitting gehouden op 14 augustus 2018 om 10:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad: mr. N. Verheij, voorzieningenrechter griffier: mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201805940/1/A1. Datum uitspraak: 14 augustus 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), in het geding tussen: [verzoekster], wonend te Tilburg, en het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, verweerder. Openbare zitting gehouden op 14 augustus 2018 om 10:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad: mr. N. Verheij, voorzieningenrechter griffier: mr.

M.P.J.M. van Grinsven jurist: mr. V.H.Y. Huijts Verschenen: - [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. M.M.W.H. Holtackers, advocaat te Tilburg; - het college, vertegenwoordigd door mr. P. van IJzendoorn, ir. G.H. Mentink, en ing. P.F.B.A. Jansen. [verzoekster] heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van 5 juli 2018, waarin een last onder dwangsom is opgelegd omdat zij volgens het college niet binnen de gestelde termijn een saneringsplan heeft laten opstellen voor de verontreiniging op het perceel aan de [locatie] in Tilburg. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter hangende het bezwaar verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Beslissing De voorzieningenrechter: I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 5 juli 2018, kenmerk OMWB PJ 14252993 tot zes weken na het besluit op bezwaar; II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Tilburg tot vergoeding van bij [verzoekster] met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1002,00 (zegge: duizendtwee euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [verzoekster] het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) vergoedt.

Gronden - De voorzieningenrechter beperkt zich tot een belangenafweging. - [verzoekster] heeft een financieel belang bij schorsing van het besluit, omdat het laten opstellen van een saneringsplan mogelijk kostbaar en complex is, aangezien op de verontreinigde grond een gebouw staat dat door [verzoekster] wordt verhuurd. Het belang van het college is gelegen in handhaving van de gestelde termijn voor het laten opstellen van een saneringsplan en het spoedig laten saneren van verontreinigde grond. Tussen partijen is echter niet in geschil dat met de reeds getroffen maatregelen de binnenlucht in het gebouw geen gevaar oplevert voor de gezondheid.

De Afdeling acht daarom het belang van [verzoekster] groter dan het belang van het college. - Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling aanleiding het besluit van 5 juli 2018 te schorsen tot zes weken na het besluit op het bezwaar van [verzoekster]. w.g. Verheij w.g. Van Grinsven voorzieningenrechter griffier 462-811.