Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:2508 ECLI:NL:RVS:2018:2508 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:2508 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:2508
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201706348/2/R6. Datum uitspraak: 25 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te Zevenhuizen, gemeente Zuidplas, en de raad van de gemeente Zuidplas, verweerder. Procesverloop Bij tussenuitspraak van 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:859, heeft de Afdeling de raad opgedragen het besluit van 20 juni 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Centrum Zevenhuizen" te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht. De raad heeft daartoe het besluit nader gemotiveerd. [appellant] heeft daarover zijn zienswijze naar voren gebracht.

Legislator headnote

AI generated

artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 3:2 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2018:2508 · Raad van State: Artikel 160 van de Gemeentewet luidt: "Het college is in ieder geval bevoegd: (…) f. te besluiten namens de gemeente, het college of de raad rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. (…)" 3.2. Het college heeft in deze zaak namens de raad verweer gevoerd en in dit verband het memo van DTV Consultants van 9 april 2018 overgelegd. Gesteld noch gebleken is dat de raad anders heeft beslist als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder f, van de Gemeentewet.

Keywords

AI generated
artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3:2 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht
In de tussenuitspraak is overwogen dat het plan is vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) op grond van het volgende: "15.2.
artikel 3:2 van de Awb
Omdat in de tussenuitspraak is overwogen dat het bestreden besluit is vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb moet dat besluit worden vernietigd.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2018:859
201706348/1/R6. Datum uitspraak: 14 maart 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen: [appellant], wonend te Zevenhuizen, gemeente Zuidplas, en de raad van de gemeente Zuidplas, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 20 juni 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Centrum Zevenhuizen" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] en de raad hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 februari 2018, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door W. Zwama, A. de Vries, ing. H. Godefrooij en R. Hommes, zijn verschenen. Tevens is ter zitting gehoord [belanghebbende], vertegenwoordigd door [gemachtigden]. Overwegingen Inleiding 1. Het plan voorziet in de herontwikkeling van het voormalige gemeentehuis en omgeving in Zevenhuizen door [belanghebbende]. [appellant] woont in Zevenhuizen en is eigenaar van onroerend goed op korte afstand van het plangebied.
ECLI:NL:RVS:2013:1426
201206895/1/R3. Datum uitspraak: 9 oktober 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellante sub 1], waarvan de vennoten zijn [vennoot A], [vennoot B] en [vennoot C], alle gevestigd te [plaats], 2. [appellante sub 2], wonend te Heesch, gemeente Bernheze, 3. [appellant sub 3], wonend te Heesch, gemeente Bernheze, en de raad van de gemeente Bernheze, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 24 mei 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Centrum Heesch" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellante sub 1], [appellante sub 2] en [appellant sub 3] beroep ingesteld.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201706348/2/R6. Datum uitspraak: 25 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te Zevenhuizen, gemeente Zuidplas, en de raad van de gemeente Zuidplas, verweerder. Procesverloop Bij tussenuitspraak van 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:859, heeft de Afdeling de raad opgedragen het besluit van 20 juni 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Centrum Zevenhuizen" te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht. De raad heeft daartoe het besluit nader gemotiveerd. [appellant] heeft daarover zijn zienswijze naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft. Overwegingen 1. In de tussenuitspraak is overwogen dat het plan is vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) op grond van het volgende: "15.2. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 9 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1426, dient bij het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen voor een nieuwe ontwikkeling waarin een bestemmingsplan voorziet te worden uitgegaan van een representatieve invulling van hetgeen ingevolge het plan planologisch maximaal mogelijk is.

Vast staat dat dit in het onderhavige geval niet is gebeurd. Hierbij is met name van belang dat het plan maximaal 200 m2 horeca toestaat - waarvoor relatief hoge parkeernormen gelden - terwijl daarmee in het memo in het geheel geen rekening is gehouden. Dit klemt te meer, nu volgens het memo op enkele momenten (bijna) alle beschikbare parkeerplaatsen bezet zullen zijn, zodat in het geval van een hogere parkeerbehoefte een tekort dreigt te ontstaan. (…)" De raad is de opdracht gegeven alsnog inzichtelijk te maken dat voor een representatieve invulling van hetgeen ingevolge het plan planologisch maximaal mogelijk is, kan worden voldaan aan de gemeentelijke "Beleidsnota parkeren" (hierna: de parkeernota).

Als alternatief - zo staat in rechtsoverweging 16 van de tussenuitspraak - kan de raad ervoor kiezen het plan zodanig te wijzigen dat het niet meer mogelijk maakt dan is beoordeeld in het memo van DTV Consultants van 12 april 2017.

2. De raad heeft om te voldoen aan de opdracht het memo van DTV Consultants van 9 april 2018 overgelegd. Daarin staat dat een nieuwe parkeerberekening is gemaakt, waarbij onder meer rekening is gehouden met 200 m2 horeca. Ook staat er dat in eerdere berekeningen een fout is gemaakt, doordat 34 parkeerplaatsen van het huidige parkeerterrein aan de Dorpsstraat zijn afgetrokken van de toekomstige parkeercapaciteit, terwijl die al uitging van een situatie zonder die parkeerplaatsen. De conclusie van het memo is dat er in het worstcasescenario op alle momenten in de week een ruim overschot aan parkeerplaatsen is. 3. [appellant] stelt dat het gebrek in het bestreden besluit niet is hersteld, omdat er geen bevoegdelijk genomen besluit is waarmee door of namens de raad het memo van DTV Consultants van 9 april 2018 is vastgesteld. 3.1.

Artikel 160 van de Gemeentewet luidt: "Het college is in ieder geval bevoegd: (…) f. te besluiten namens de gemeente, het college of de raad rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. (…)" 3.2. Het college heeft in deze zaak namens de raad verweer gevoerd en in dit verband het memo van DTV Consultants van 9 april 2018 overgelegd. Gesteld noch gebleken is dat de raad anders heeft beslist als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder f, van de Gemeentewet.

Gelet hierop komt op grond van deze bepaling de bevoegdheid om te besluiten verweerschriften en andere stukken in te dienen toe aan het college. Daarom bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het college onbevoegd heeft gehandeld.

4. De zienswijze van [appellant] biedt voor de Afdeling geen grond om te twijfelen aan de juistheid van de parkeerberekeningen in het memo van DTV Consultants van 9 april 2018. Gelet op de conclusies van het memo heeft de raad dan ook alsnog inzichtelijk gemaakt dat voor een representatieve invulling van hetgeen ingevolge het plan planologisch maximaal mogelijk is, kan worden voldaan aan de parkeernota. Dit betekent dat het gebrek in het bestreden besluit is hersteld.

5. Voor zover [appellant] zich in zijn zienswijze keert tegen overwegingen van de tussenuitspraak, overweegt de Afdeling dat zij behoudens zeer uitzonderlijke gevallen niet kan terugkomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Een zeer uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde, zodat van het in de tussenuitspraak gegeven oordeel moet worden uitgegaan.

6. Omdat in de tussenuitspraak is overwogen dat het bestreden besluit is vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb moet dat besluit worden vernietigd. Omdat dit gebrek nu is hersteld, kunnen de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Dit betekent dat het plan blijft gelden.

7. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Zuidplas van 20 juni 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Centrum Zevenhuizen"; III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit geheel in stand blijven; IV. gelast dat de raad van de gemeente Zuidplas aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Jacobs, griffier. w.g. Daalder w.g. Jacobs lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2018 717.