Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:24 ECLI:NL:RVS:2018:24 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:24 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:24
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201704543/5/R6. Datum uitspraak: 10 januari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van: de vennootschap onder firma Combinatie Herepoort, gevestigd te Groningen, verzoekster, om opheffing of wijziging (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht, hierna: Awb) van de bij uitspraak van 13 november 2017, in zaak nr. 201704543/3/R6, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen: Vleermuiswerkgroep Groningen en Natuur en Milieufederatie (hierna:

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:24 · Raad van State: Ingevolge artikel 8:87, eerste lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.

Keywords

AI generated
artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201704543/5/R6. Datum uitspraak: 10 januari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van: de vennootschap onder firma Combinatie Herepoort, gevestigd te Groningen, verzoekster, om opheffing of wijziging (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht, hierna: Awb) van de bij uitspraak van 13 november 2017, in zaak nr. 201704543/3/R6, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen: Vleermuiswerkgroep Groningen en Natuur en Milieufederatie (hierna:

VWG en NMF) Groningen, gevestigd te Groningen, en het college van burgemeester en wethouders van Groningen, verweerder. Procesverloop Bij uitspraak van 13 november 2017 heeft de voorzieningenrechter vier besluiten tot verlening van omgevingsvergunningen voor het vellen van bomen en het verwijderen van houtopstanden ten behoeve van de ombouw van de Zuidelijke Ringweg te Groningen, in de als zodanig aangeduide deelgebieden G, H, I en J geschorst. Combinatie Herepoort heeft de voorzieningenrechter verzocht deze voorlopige voorziening geheel of gedeeltelijk op te heffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 12 december 2017, waar onder meer Combinatie Herepoort, vertegenwoordigd door mr. E.E. Grit, advocaat te Groningen, de VWG en NMF vertegenwoordigd door mr. P. Mendelts en drs K. Nienhuys, en het college, vertegenwoordigd door J. Dallinga, zijn verschenen. Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Ingevolge artikel 8:87, eerste lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.

3. Deze uitspraak heeft betrekking op het verzoek van de Combinatie Herepoort tot opheffing van de bij uitspraak van 13 november 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3070) uitgesproken schorsing, voor zover daarop nog niet is beslist bij uitspraak van 15 december 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3459). Ten aanzien van dit verzoek overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

4. De Afdeling heeft heden einduitspraak gedaan in het geding tussen VWG en NMF en het college van burgemeester en wethouders van Groningen (ECLI:NL:RVS:2018:12). Ingevolge artikel 8:85, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, vervalt de voorlopige voorziening zodra de bestuursrechter uitspraak heeft gedaan. Gelet hierop bestaat geen belang meer bij het verzoek op opheffing van de bij de uitspraak van 13 november 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3070) getroffen voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Postma, griffier. w.g. Van Diepenbeek voorzieningenrechter De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2018