Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:2381 ECLI:NL:RVS:2018:2381 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:2381 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:2381
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201805460/1/V1. Datum uitspraak: 13 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarig kind, verzoekster, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 14 juni 2018 in zaak nr. 201803673/1/V1. Procesverloop De vreemdeling heeft de Afdeling verzocht de uitspraak van 14 juni 2018 in zaak nr. 201803673/1/V1, waarbij de Afdeling het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 27 maart 2018 niet-ontvankelijk heeft verklaard, te herzien. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet aan te merken als een feit of omstandigheid, als bedoeld in die bepaling.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:2381 · Raad van State: Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier. w.g. Van Eck w.g. De Groot lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2018 210.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201805460/1/V1. Datum uitspraak: 13 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarig kind, verzoekster, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 14 juni 2018 in zaak nr. 201803673/1/V1. Procesverloop De vreemdeling heeft de Afdeling verzocht de uitspraak van 14 juni 2018 in zaak nr. 201803673/1/V1, waarbij de Afdeling het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 27 maart 2018 niet-ontvankelijk heeft verklaard, te herzien. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet aan te merken als een feit of omstandigheid, als bedoeld in die bepaling.

2. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier. w.g. Van Eck w.g. De Groot lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2018 210.