Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:2380 ECLI:NL:RVS:2018:2380 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:2380 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:2380
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201803085/2/R1. Datum uitspraak: 16 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoekers], beiden wonend te Blaricum, en de raad van de gemeente Blaricum, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 6 maart 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Blaricum Dorp 2018" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] beroep ingesteld. [verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:2380 · Raad van State: 201803085/2/R1. Datum uitspraak: 16 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoekers], beiden wonend te Blaricum, en de raad van de gemeente Blaricum, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 6 maart 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Blaricum Dorp 2018" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] beroep ingesteld. [verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201803085/2/R1. Datum uitspraak: 16 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoekers], beiden wonend te Blaricum, en de raad van de gemeente Blaricum, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 6 maart 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Blaricum Dorp 2018" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] beroep ingesteld. [verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 juli 2018, waar [verzoekers] en de raad, vertegenwoordigd door A. Testor en R.R. Lugard, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting als partij gehoord [partij A] en [partij B], bijgestaan door [gemachtigde]. Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2. [verzoekers] vrezen dat de uitoefening van hun landbouwmechanisatiebedrijf op het perceel [locatie A] in gevaar komt. De aanleiding daarvoor is dat in het plan aan een strook grond op het naastgelegen perceel [locatie B] waaraan voorheen de bestemming "Agrarisch" toekwam bij gewijzigde vaststelling van het plan de bestemming "Tuin" is toegekend.

Daardoor is het volgens [verzoekers] mogelijk om extra bebouwing toe te voegen door bijvoorbeeld de woning op dat perceel in de richting van hun bedrijf uit te breiden en om op die strook grond - waarop zich thans feitelijk een verharding met grind en een nog niet afgebouwde fietsenberging bevinden - een terras of zwembad aan te leggen. [partij A] en [partij B] zijn de eigenaren van het perceel [locatie B]. 3. [partij A] en [partij B] hebben ter zitting verklaard dat zij absoluut geen plannen hebben om op de bedoelde strook met de bestemming "Tuin" extra bebouwing toe te voegen door bijvoorbeeld hun woning uit te breiden richting het bedrijf van [verzoekers] of om op die strook grond een zwembad of terras aan te leggen.

Er is daarom geen spoedeisend belang dat rechtvaardigt dat een voorlopige voorziening wordt getroffen. Als [partij A] en [partij B] zich niet aan hun verklaring houden, kunnen [verzoekers] opnieuw een verzoek om een voorlopige voorziening indienen.

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.L. van Driel Kluit, griffier. w.g. Helder w.g. Van Driel Kluit voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2018 703.