Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:2342 ECLI:NL:RVS:2018:2342 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:2342 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:2342
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201706688/2/A2. Datum beslissing: 3 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van: de directie van de Dienst Wegverkeer (hierna: de RDW), appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 3 juli 2017 in zaak nr. 16/2655 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te [woonplaats], en de RDW. Procesverloop De RDW heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 3 juli 2017 in zaak nr. 16/2655. De RDW heeft een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:2342 · Raad van State: 201706688/2/A2. Datum beslissing: 3 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van: de directie van de Dienst Wegverkeer (hierna: de RDW), appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 3 juli 2017 in zaak nr. 16/2655 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te [woonplaats], en de RDW. Procesverloop De RDW heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 3 juli 2017 in zaak nr. 16/2655. De RDW heeft een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Keywords

AI generated
artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht
De RDW heeft een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201706688/2/A2. Datum beslissing: 3 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van: de directie van de Dienst Wegverkeer (hierna: de RDW), appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 3 juli 2017 in zaak nr. 16/2655 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te [woonplaats], en de RDW. Procesverloop De RDW heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 3 juli 2017 in zaak nr. 16/2655. De RDW heeft een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Het betreft de volgende stukken: • de Vakbijlage Forensisch Voertuigidentificatie Onderzoek Versie 1.0 van januari 2009; • de van het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit verkregen fabrieksinformatie van 1 en 10 september 2015. Overwegingen 1. De RDW heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen.

2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het door de RDW gediende algemeen belang om voertuigcriminaliteit te bestrijden zwaarder dan het belang van [wederpartij] om kennis nemen van de stukken. In de Vakbijlage Forensisch Voertuigidentificatie Onderzoek wordt toegelicht hoe en met welke technieken een forensisch voertuigidentificatie onderzoek over het algemeen plaatsvindt of kan plaatsvinden. De resultaten van dergelijk onderzoek worden onder meer gebruikt bij strafrechtelijk onderzoek. Indien de informatie in de Vakbijlage algemeen bekend zou worden, zal het voor politie en RDW lastiger kunnen worden om vast te stellen of een voertuigidentiteit is vervalst. In de fabrieksinformatie worden de oorspronkelijke identiteitsgegevens van de auto van [wederpartij] vermeld. Met deze gegevens zou een samengesteld voertuig kunnen worden voorzien van de oorspronkelijke gegevens.

4. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek toe. Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Dijken, griffier. w.g. Daalder w.g. Van Dijken lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2018 595