Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:2096 ECLI:NL:RVS:2018:2096 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:2096 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:2096
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201805178/2/V3. Datum uitspraak: 22 juni 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 22 juni 2018 in zaak nr. NL18.10774 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:2096 · Raad van State: 201805178/2/V3. Datum uitspraak: 22 juni 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 22 juni 2018 in zaak nr. NL18.10774 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201805178/2/V3. Datum uitspraak: 22 juni 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 22 juni 2018 in zaak nr. NL18.10774 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris.

Bij besluit van 6 juni 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Bij uitspraak van 22 juni 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en de vreemdeling schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Voorts heeft de staatssecretaris de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij mondelinge uitspraak van 22 juni 2018 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel bepaald dat de staatssecretaris aan de uitspraak van de rechtbank van 22 juni 2018 geen gevolg hoeft te geven, totdat de voorzieningenrechter op 25 juni 2018 op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen heeft beslist. w.g.

Van Eck w.g. Van de Kolkvoorzieningenrechter griffier 347.