Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:2069 ECLI:NL:RVS:2018:2069 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:2069 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:2069
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201804785/2/A1. Datum uitspraak: 13 juni 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) van 24 mei 2018 in zaak nr. 17/7133 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te 's-Gravenhage, en het college.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:2069 · Raad van State: 201804785/2/A1. Datum uitspraak: 13 juni 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) van 24 mei 2018 in zaak nr. 17/7133 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te 's-Gravenhage, en het college.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201804785/2/A1. Datum uitspraak: 13 juni 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) van 24 mei 2018 in zaak nr. 17/7133 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te 's-Gravenhage, en het college.

Openbare zitting gehouden op 13 juni 2018 om 11:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter griffier: mr. S. Vermeulen Verschenen: Het college, vertegenwoordigd door mr. S.J.C. Hocks ; [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. C. van Sadelhoff, advocaat te Den Haag. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 24 mei 2018, verzonden op 30 mei 2018, van de rechtbank. Het college heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Beslissing De voorzieningenrechter I. wijst het verzoek af; II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Den Haag tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 501,00 (zegge: vijfhonderdeen euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Gronden • Door uitvoering te geven aan de uitspraak die hij in hoger beroep bestrijdt, erkent het college niet dat deze uitspraak juist is. • Als het college in de hoofdzaak in het gelijk wordt gesteld en de aangevallen uitspraak wordt vernietigd, is er geen vergunning van rechtswege verleend en ontvalt de grondslag aan de bekendmaking. • Niet is gebleken dat het college wordt benadeeld als er in de periode tot de uitspraak in hoofdzaak van wordt uitgegaan dat sprake is van een vergunning van rechtswege. w.g. Borman w.g. Vermeulen voorzieningenrechter griffier 700.