Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:1850 ECLI:NL:RVS:2018:1850 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:1850 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:1850
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201709380/1/A1. Datum uitspraak: 6 juni 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], wonend te [woonplaats], verzoekster, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 15 november 2017 in zaak nr. 201609224/1/A1. Procesverloop Bij uitspraak van 15 november 2017 in zaak nr. 201609224/1/A1 heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 oktober 2016 in zaak nr. 16/169 bevestigd. De uitspraak van de Afdeling is aangehecht. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:1850 · Raad van State: 201709380/1/A1. Datum uitspraak: 6 juni 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], wonend te [woonplaats], verzoekster, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 15 november 2017 in zaak nr. 201609224/1/A1. Procesverloop Bij uitspraak van 15 november 2017 in zaak nr. 201609224/1/A1 heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 oktober 2016 in zaak nr. 16/169 bevestigd. De uitspraak van de Afdeling is aangehecht. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

Keywords

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 6 juni 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], wonend te [woonplaats], verzoekster, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 15 november 2017 in zaak nr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201709380/1/A1. Datum uitspraak: 6 juni 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], wonend te [woonplaats], verzoekster, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 15 november 2017 in zaak nr. 201609224/1/A1. Procesverloop Bij uitspraak van 15 november 2017 in zaak nr. 201609224/1/A1 heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 oktober 2016 in zaak nr. 16/169 bevestigd. De uitspraak van de Afdeling is aangehecht. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 mei 2018, waar [verzoekster] is verschenen. Overwegingen 1. Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt: "De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden." 2.

Met een verzoek om herziening kan het geschil waarin eerder onherroepelijk is beslist niet opnieuw in volle omvang aan de rechter worden voorgelegd. Een verzoek om herziening is een buitengewoon rechtsmiddel dat slechts kan worden ingeroepen indien voor de zaak relevante feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden voor de uitspraak, maar op dat moment niet bekend waren en konden zijn, alsnog bekend worden. [verzoekster] heeft dergelijke feiten en omstandigheden niet naar voren gebracht. Dat zij het niet eens is met de uitspraak van de Afdeling betekent niet dat de uitspraak moet worden herzien.

3. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, griffier. w.g. Troostwijk w.g. Van der Maesen de Sombreff lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2018 190-860.