ECLI:NL:RVS:2018:1722 · Raad van State
Legislator summary
AI generated201710178/3/V1 en 201710179/3/V6. Datum uitspraak: 23 mei 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende de hoger beroepen van: [de vreemdelingen], verzoekers, tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 23 november 2017 in zaken nrs. 16/19517 en 16/19516 en in zaken nrs. 16/7823 en 16/7860 in de gedingen tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:1722 · Raad van State: Datum uitspraak: 23 mei 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende de hoger beroepen van: [de vreemdelingen], verzoekers, tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 23 november 2017 in zaken nrs. 16/19517 en 16/19516 en in zaken nrs. 16/7823 en 16/7860 in de gedingen tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
201710178/3/V1 en 201710179/3/V6. Datum uitspraak: 23 mei 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende de hoger beroepen van: [de vreemdelingen], verzoekers, tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 23 november 2017 in zaken nrs. 16/19517 en 16/19516 en in zaken nrs. 16/7823 en 16/7860 in de gedingen tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop Bij uitspraak van 5 april 2018, in zaken nrs. 201710178/2/V1 en 201710179/2/V6, heeft de voorzieningenrechter eerdere verzoeken van de vreemdelingen om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter opnieuw verzocht een voorlopige voorziening te treffen hangende de door hen ingestelde hoger beroepen. Overwegingen 1. De vreemdelingen verzoeken thans uitsluitend om een voorlopige voorziening die ertoe strekt dat zij niet worden uitgezet voordat de Afdeling op de door hen ingestelde hoger beroepen heeft beslist.
De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 5 april 2018 overwogen dat de beoordeling van hetgeen in hoger beroep is aangevoerd nader onderzoek vergt, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Nu de verzoeken thans zijn beperkt als hiervoor aangegeven en in aanmerking nemende dat de hoger beroepen op korte termijn ter zitting van de Afdeling zullen worden behandeld, ziet de voorzieningenrechter, gelet op de betrokken belangen, aanleiding om in zaak nr. 201710178/3/V1 de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen. Reeds hierom hoeft niet meer te worden beslist op het verzoek in zaak nr. 201710179/3/V6.
2. De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op de door hen ingestelde hoger beroepen is beslist; II. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 501,00 (zegge: vijfhonderdeen euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, griffier. w.g. Verheij w.g. Willems voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2018 412.