Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:1718 ECLI:NL:RVS:2018:1718 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:1718 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:1718
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201709763/2/R2. Datum uitspraak: 24 mei 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoeker A] en [verzoeker B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, verzoekers, en de raad van de gemeente Halderberge, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 12 oktober 2017, heeft de raad het bestemmingsplan "Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge" vastgesteld.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:1718 · Raad van State: De voorzieningenrechter stelt vast dat de omgevingsvergunning die [verzoeker] heeft genoemd, is verleend op basis van het op dat moment geldende bestemmingsplan "Buitengebied Halderberge". Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 22 november 2011. Weliswaar is dit bestemmingsplan in de hiervoor genoemde uitspraak van 13 november 2013 gedeeltelijk vernietigd, maar die vernietiging had ten aanzien van het perceel aan de Zegse Steenweg 7 uitsluitend betrekking op artikel 3, lid 3.1, onder v, van de planregels voor de daarin genoemde activiteiten: "opslag en be- en verwerking van agrarische producten, alsmede het verzendklaar maken van de producten".

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2013:1889
201112348/1/R3. Datum uitspraak: 13 november 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellant sub 1], wonend te Hoeven, gemeente Halderberge, 2. [appellanten sub 2] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 2]), beiden wonend te Oudenbosch, gemeente Halderberge, 3. [appellante sub 3], gevestigd te Oud-Gastel, gemeente Halderberge, 4. [appellanten sub 4] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 4]), beiden wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 5. [appellant sub 5], wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 6. [appellant sub 6], wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 7. [appellanten sub 7] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 7]), beiden wonend te Hoeven, gemeente Halderberge, 8. [appellant sub 8], wonend te Bosschenhoofd, gemeente Halderberge, 9. [appellant sub 9], wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 10. [appellant sub 10], wonend te Roosendaal, 11. [appellanten sub 11] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellante sub 11]), gevestigd respectievelijk wonend te Hoeven, gemeente Halderberge, 12. de stichting Brabantse Milieufederatie en de vereniging IVN Vogel- en Natuurbescherming Etten-Leur en omstreken (hierna: de BMF en de IVN), gevestigd te Tilburg respectievelijk Etten-Leur, 13. [appellanten sub 13] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 13]), wonend te Oudenbosch, gemeente Halderberge, 14. [appellant sub 14], wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 15. [appellant sub 15], wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 16. [appellanten sub 16] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 16]), beiden wonend te Halderberge, 17. [appellanten sub 17], wonend te Hoeven, gemeente Halderberge, 18. [appellanten sub 18] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 18]), beiden wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 19. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Autobedrijf Succes B.V., gevestigd te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 20. [appellant sub 20], wonend te Hoeven, gemeente Halderberge, 21. [appellant sub 21], wonend te Hoeven, 22. [appellanten sub 22] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 22]), wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 23. [appellante sub 23], gevestigd te Hoeven, gemeente Halderberge, 24. [appellant sub 24], wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 25. [appellant sub 25], wonend te Hoeven, gemeente Halderberge, 26. [appellant sub 26], wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 27. [appellante sub 27], gevestigd te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 28. [appellante sub 28], gevestigd te Hoeven, gemeente Halderberge, 29. [appellante sub 29], gevestigd te Stampersgat, gemeente Halderberge, 30. de minister van Defensie (hierna: de minister), 31. [appellant sub 31], wonend te Hoeven, gemeente Halderberge, 32. de vereniging Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie, afdeling Halderberge, (hierna: de ZLTO), gevestigd te Hoeven, gemeente Halderberge, 33. [appellant sub 33], wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 34. [appellant sub 34], wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, 35. [appellanten sub 35] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 35]), wonend te Oud-Gastel, gemeente Halderberge, en de raad van de gemeente Halderberge, verweerder.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201709763/2/R2. Datum uitspraak: 24 mei 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoeker A] en [verzoeker B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, verzoekers, en de raad van de gemeente Halderberge, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 12 oktober 2017, heeft de raad het bestemmingsplan "Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld. Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 mei 2018, waar [verzoeker A] en [verzoeker B], en de raad, vertegenwoordigd door [gemachtigden], zijn verschenen. Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het bestemmingsplan is vastgesteld om enige gebreken te herstellen in het bestemmingsplan "Buitengebied Halderberge", voor zover deze gebreken hebben geleid tot de vernietiging van enkele plandelen in de uitspraak van 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1889. Ook zijn nieuwe (beleids)inzichten verwerkt in het bestemmingsplan, waaronder de inzichten die zijn opgenomen in de Verordening Ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant. De voorlopige voorziening ziet uitsluitend op het plandeel dat betrekking heeft op de locatie aan de Zegse Steenweg 7 te Oud Gastel.

Aan deze locatie is de bestemming "Agrarisch" toegekend, met daarbij de functieaanduiding "grondgebonden veehouderij". Daarbij is een bouwvlak opgenomen voor dit perceel met bouwmogelijkheden voor onder meer agrarische gebouwen. 3. [verzoeker] kan zich niet verenigen met de bestemming die hierboven is genoemd. [verzoeker] stelt zich, kort weergegeven, op het standpunt dat de raad bij het toekennen van de bestemming ten behoeve van een grondgebonden veehouderij er ten onrechte vanuit is gegaan dat ter plaatse al een veehouderij was gevestigd. Volgens [verzoeker] wordt het perceel echter al gedurende lange tijd niet meer voor een veehouderij gebruikt. [verzoeker] stelt dat met het verzoek een spoedeisend belang is gemoeid, omdat het college van burgemeester en wethouders op 2 januari 2018 een omgevingsvergunning heeft verleend voor het bouwen van een nieuwe loods op de locatie ten behoeve van machineberging, opslag en dierenverblijven.

Hiertegen heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt. Hij vreest voor een onomkeerbare situatie als het plan in werking treedt.

4. De raad stelt dat [verzoeker] geen spoedeisend belang heeft bij een schorsing van het plan, omdat de bouwmogelijkheden uit het vorige plan 1-op-1 zijn overgenomen in het nieuwe plan. Wel heeft de raad de regels voor het gebruik van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding grondgebonden veehouderij aangescherpt, maar dit is niet ten nadele van [verzoeker].

5. De voorzieningenrechter stelt vast dat de omgevingsvergunning die [verzoeker] heeft genoemd, is verleend op basis van het op dat moment geldende bestemmingsplan "Buitengebied Halderberge". Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 22 november 2011. Weliswaar is dit bestemmingsplan in de hiervoor genoemde uitspraak van 13 november 2013 gedeeltelijk vernietigd, maar die vernietiging had ten aanzien van het perceel aan de Zegse Steenweg 7 uitsluitend betrekking op artikel 3, lid 3.1, onder v, van de planregels voor de daarin genoemde activiteiten: "opslag en be- en verwerking van agrarische producten, alsmede het verzendklaar maken van de producten".

De Afdeling oordeelde dat hierin ten onrechte en in strijd met de bedoeling van de planwetgever niet was opgenomen dat deze activiteiten alleen als nevenactiviteiten mogen worden uitgeoefend. Niet in geschil is dat dit gebrek bij het nieuwe plan is hersteld. De agrarische bestemming, de omvang van het bouwblok en de bouwregels zijn door de Afdeling bij die uitspraak evenwel als planologisch aanvaardbaar in stand gelaten, waarbij ook aandacht is besteed aan de door [verzoeker] genoemde omstandigheid dat de bedrijfsactiviteiten van de veehouderij ter plaatse vrijwel volledig beëindigd waren.

Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat de bouwmogelijkheden voor de Zegse Steenweg 7 die zijn opgenomen in het (nieuwe) bestemmingsplan "Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge" gelijk zijn aan de bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan "Buitengebied Halderberge", dat blijft gelden indien het nieuwe bestemmingsplan niet in werking treedt. De door [verzoeker] genoemde omstandigheid dat een milieuvergunning uit 1995 op onjuiste gronden is verleend, dan wel niet langer als geldend kan worden aangemerkt, heeft geen betekenis voor de vraag of de regelingen in beide bestemmingsplannen een relevant verschil bevatten voor de bouwmogelijkheden.

Daarom spreekt de voorzieningenrechter geen oordeel uit over deze vergunning.

6. De voorzieningenrechter komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat met het verzoek geen spoedeisend belang is gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Ook anderszins is de voorzieningenrechter niet gebleken van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Scheele, griffier. w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Scheele voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2018 723.