Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:571 ECLI:NL:RVS:2017:571 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:571 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:571
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201606811/1/V2. Datum uitspraak: 6 maart 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 29 augustus 2016 in zaak nr. 16/17065 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 31 juli 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:571 · Raad van State: De Afdeling heeft geconcludeerd dat de staatssecretaris Marokko terecht heeft aangewezen als veilig land van herkomst. De in deze zaak ingebrachte informatie leidt niet tot een ander oordeel.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2017:209
201607902/1/V2. Datum uitspraak: 1 februari 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 7 oktober 2016 in zaak nr. 16/19853 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 29 augustus 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
ECLI:NL:RVS:2017:210
201606592/1/V2. Datum uitspraak: 1 februari 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 23 augustus 2016 in zaak nr. 16/16828 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 28 juli 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
ECLI:NL:RVS:2016:2474
201603036/1/V2. Datum uitspraak: 14 september 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [vreemdeling A] en [vreemdeling B], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 19 april 2016 in zaken nrs. 15/20475 en 15/20477 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij onderscheiden besluiten van 18 november 2015 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201606811/1/V2. Datum uitspraak: 6 maart 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 29 augustus 2016 in zaak nr. 16/17065 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 31 juli 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 29 augustus 2016 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht. De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.G.H. van der Kolk, advocaat te Klazienaveen, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. De in hoger beroep opgeworpen vragen over de aanwijzing van Marokko als veilig land van herkomst, de informatiebronnen die de staatssecretaris moet betrekken bij zijn beoordeling of een land een veilig land van herkomst is en de mogelijkheid om een land als veilig land van herkomst aan te wijzen met een uitzondering voor één of meer groepen, zoals LHBT’s uit Marokko, heeft de Afdeling bij uitspraken van 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:209 en ECLI:NL:RVS:2017:210, beantwoord.

De Afdeling heeft geconcludeerd dat de staatssecretaris Marokko terecht heeft aangewezen als veilig land van herkomst. De in deze zaak ingebrachte informatie leidt niet tot een ander oordeel.

2. Hieruit volgt dat het hoger beroep kennelijk gegrond is. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, wordt als volgt overwogen.

3. De vreemdeling klaagt dat de staatssecretaris zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat Marokko in zijn geval niet als veilig land van herkomst kan worden beschouwd. Hij voert hiertoe aan dat hij vanwege de corruptie in Marokko geen bescherming zal krijgen van de autoriteiten tegen de geloofwaardig geachte problemen met zijn schoonfamilie. 3.1. Het vóórkomen van corruptie is betrokken bij de onder 1. genoemde uitspraken. Zoals verder blijkt uit de uitspraak van de Afdeling van 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2474, is het aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat in zijn geval Marokko toch niet veilig is. De staatssecretaris heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling hierin niet is geslaagd, omdat de vreemdeling de hulp van de (hogere) autoriteiten in Marokko niet heeft ingeroepen.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 29 augustus 2016 in zaak nr. 16/17065; III. verklaart het in die zaak ingestelde beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. J.J. van Eck, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Bosma, griffier. w.g. Verheij w.g. Bosma voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2017 572-837.