Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:515 ECLI:NL:RVS:2017:515 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:515 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:515
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201701477/1/A3 en 201701477/2/A3. Datum uitspraak: 21 februari 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, hierna: Awb) en, met toepassing van artikel 8:86 van de Awb, op het hoger beroep in het geding tussen: [verzoeker], wonend te Vlaardingen, en de burgemeester van Vlaardingen. Openbare zitting gehouden op 21 februari 2017 om 13.30 uur.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:86 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2017:515 · Raad van State: Datum uitspraak: 21 februari 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, hierna: Awb) en, met toepassing van artikel 8:86 van de Awb, op het hoger beroep in het geding tussen: [verzoeker], wonend te Vlaardingen, en de burgemeester van Vlaardingen. Openbare zitting gehouden op 21 februari 2017 om 13.30 uur.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:86 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:86 van de Awb

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201701477/1/A3 en 201701477/2/A3. Datum uitspraak: 21 februari 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, hierna: Awb) en, met toepassing van artikel 8:86 van de Awb, op het hoger beroep in het geding tussen: [verzoeker], wonend te Vlaardingen, en de burgemeester van Vlaardingen. Openbare zitting gehouden op 21 februari 2017 om 13.30 uur.

Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter griffier: mr. S. Langeveld-Mak Verschenen: [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. N. Roos, advocaat te Rotterdam; De burgemeester, vertegenwoordigd door mr. D.H. van Zeben, vergezeld door [medewerker] van Veilig Thuis. Het beroep richt zich tegen het besluit van de burgemeester van 14 februari 2017, waarbij aan [verzoeker] een huisverbod is opgelegd. [verzoeker] heeft hoger beroep ingesteld tegen de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank van 16 februari 2017 (hierna: de rechtbank) in zaaknr. 17/1345 en heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter I. bevestigt de aangevallen uitspraak; II. wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Gronden De rechtbank heeft terecht het huisverbod in stand gelaten. Van belang hierbij is: a. blijkens de gedingstukken heeft op 13 februari 2017 een incident in de woning plaatsgevonden waarbij [verzoeker] en [persoon] (hierna: de vrouw) betrokken waren; b. uit de verklaringen van beiden blijkt dat hierbij geweld is gebruikt; c. volgens de vrouw heeft zij hierbij een hersenschudding en een gekneusde rib opgelopen; d. een latere melding door de ambulancedienst onderschrijft deze verklaring van de vrouw; e. [verzoeker] is in 2015 veroordeeld wegens huiselijk geweld; f. de ambulancedienst heeft bij Veilig Thuis naar aanleiding van het incident aandacht gevraagd voor de situatie in het gezin; g. [verzoeker] heeft aangegeven geen vertrouwen te hebben in hulpverlening en heeft aanvankelijk nauwelijks gereageerd op de aantijgingen van de vrouw. h. [verzoeker] heeft na de oplegging van het huisverbod, ook na aandringen door de hulpverlening, zich niet opengesteld voor een hulptraject en geen contact opgenomen met de casemanager; i. het Bureau Jeugdzorg stelt zich op het standpunt dat een hulptraject moet worden doorlopen; j. vaststaat dat [verzoeker] elders onderdak heeft. w.g.

Borman w.g. Langeveld-Mak voorzitter griffier 317.