Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:369 ECLI:NL:RVS:2017:369 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:369 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:369
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201701122/3/A2. Datum beslissing: 10 februari 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van: de vereniging Vrouwen Partij, gevestigd te Den Haag, verzoekster, om toepassing van artikel 8:15 van de Awb. Procesverloop Tijdens de openbare behandeling ter zitting van 10 februari 2017 van de zaak nr. 201701122/1/A2 heeft de Vrouwen Partij verzocht om wraking van mr. D.A.C. Slump (hierna: de staatsraad) als de voorzitter van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:15 van de Awb, artikel 6 van het EVRM; ECLI:NL:RVS:2017:369 · Raad van State: 201701122/3/A2. Datum beslissing: 10 februari 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van: de vereniging Vrouwen Partij, gevestigd te Den Haag, verzoekster, om toepassing van artikel 8:15 van de Awb. Procesverloop Tijdens de openbare behandeling ter zitting van 10 februari 2017 van de zaak nr. 201701122/1/A2 heeft de Vrouwen Partij verzocht om wraking van mr. D.A.C. Slump (hierna: de staatsraad) als de voorzitter van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:15 van de Awb artikel 6 van het EVRM

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:15 van de Awb
Beslissing Bij mondelinge beslissing van 10 februari 2017 heeft de Afdeling het verzoek om toepassing van artikel 8:15 van de Awb afgewezen.
artikel 6 van het EVRM
Dit is volgens de Vrouwen Partij in strijd met artikel 6 van het EVRM.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201701122/3/A2. Datum beslissing: 10 februari 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van: de vereniging Vrouwen Partij, gevestigd te Den Haag, verzoekster, om toepassing van artikel 8:15 van de Awb. Procesverloop Tijdens de openbare behandeling ter zitting van 10 februari 2017 van de zaak nr. 201701122/1/A2 heeft de Vrouwen Partij verzocht om wraking van mr. D.A.C. Slump (hierna: de staatsraad) als de voorzitter van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak.

De staatsraad heeft niet in de wraking berust. De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op 10 februari 2017 ter openbare zitting behandeld, waar de Vrouwen Partij is gehoord. De staatsraad heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord. Beslissing Bij mondelinge beslissing van 10 februari 2017 heeft de Afdeling het verzoek om toepassing van artikel 8:15 van de Awb afgewezen. Daartoe heeft zij het volgende overwogen. Overweging 1. Artikel 8:15 van de Awb bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Artikel 8:16, vierde lid, bepaalt dat een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter niet in behandeling wordt genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden. Artikel 8:18, vierde lid, bepaalt dat in geval van misbruik de bestuursrechter kan bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. Hiervan wordt in de beslissing melding gemaakt.

2. De Vrouwen Partij heeft verzocht om wraking van de staatsraad, omdat deze tijdens de zitting zou hebben opgemerkt dat wraking niet nog een keer mogelijk is. Dit duidt er volgens de Vrouwen Partij op dat de staatsraad zelf beslist over een hem aangaand wrakingsverzoek. Dit is volgens de Vrouwen Partij in strijd met artikel 6 van het EVRM. Voorts heeft de staatsraad met de opmerking blijk gegeven van vooringenomenheid. De Vrouwen Partij heeft ter zitting van de behandeling van haar wrakingsverzoek uitdrukkelijk te kennen gegeven geen nadere toelichting te willen geven en geen vragen te willen beantwoorden.

De aanname dat de staatsraad zelf beslist over een hem aangaand wrakingsverzoek is feitelijk onjuist, omdat die beslissing aan de wrakingskamer is voorbehouden. Voorts heeft de staatsraad met de gemaakte opmerking bedoeld dat een volgend verzoek om wraking van dezelfde staatsraad en op grond van dezelfde feiten en omstandigheden als eerder aangevoerd niet in behandeling wordt genomen. Dit volgt ook uit artikel 8:16, vierde lid, van de Awb. De gemaakte opmerking betreft dan ook geen feit of omstandigheid als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb.

3. Een volgend verzoek om wraking van de staatsraad in de zaak zal niet in behandeling worden genomen. Aldus uitgesproken in het openbaar door mr. S.F.M. Wortmann, voorzitter, en mr. A.B.M. Hent en mr. C.M. Wissels, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Vletter, griffier. w.g. Wortmann w.g. Vletter voorzitter griffier 653.