Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:3597 ECLI:NL:RVS:2017:3597 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:3597 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:3597
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201710204/1/V2. Datum uitspraak: 22 december 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van: [de vreemdeling], verzoeker. Procesverloop Bij besluit van 4 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2017:3597 · Raad van State: 201710204/1/V2. Datum uitspraak: 22 december 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van: [de vreemdeling], verzoeker. Procesverloop Bij besluit van 4 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201710204/1/V2. Datum uitspraak: 22 december 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van: [de vreemdeling], verzoeker. Procesverloop Bij besluit van 4 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 15 juni 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Voorts heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist en dat hem gedurende die periode opvang en verstrekkingen voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers worden geboden.

Hij heeft in zijn verzoekschrift van 21 december 2017 een beroep gedaan op de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan. Bij uitspraak van 21 december 2017 in zaak nr. 201705581/1/V2, heeft de Afdeling het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond verklaard. De Afdeling stelt vast dat de vreemdeling in hoger beroep geen beroep heeft gedaan op de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan.

2. Wat in het verzoekschrift is aangevoerd, geeft reeds daarom geen grond om niet langer uit te gaan van de rechtmatigheid van de aan het besluit van 4 januari 2017 verbonden rechtsgevolgen. Dit betekent dat het verzoek als kennelijk ongegrond moet worden afgewezen. Als de vreemdeling meent dat hij wegens de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan thans in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, staat het hem vrij een daartoe strekkende aanvraag in te dienen.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier. w.g. Bijloos w.g. Yildiz voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2017 594.