Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:3087 ECLI:NL:RVS:2017:3087 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:3087 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:3087
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201608910/1/A2. Datum uitspraak: 15 november 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], wonend te [woonplaats], om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2016 in zaak nr. ECLI:NL:RVS:2016:2623. Procesverloop Bij uitspraak van 5 oktober 2016 heeft de Afdeling het door [verzoekster] tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 december 2015 ingesteld hoger beroep ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en een beroep tegen een besluit van het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rivierenland van 9 februari 2016 ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2017:3087 · Raad van State: 201608910/1/A2. Datum uitspraak: 15 november 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], wonend te [woonplaats], om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2016 in zaak nr. ECLI:NL:RVS:2016:2623. Procesverloop Bij uitspraak van 5 oktober 2016 heeft de Afdeling het door [verzoekster] tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 december 2015 ingesteld hoger beroep ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en een beroep tegen een besluit van het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rivierenland van 9 februari 2016 ongegrond verklaard.

Keywords

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 15 november 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], wonend te [woonplaats], om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2016 in zaak nr.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2016:2623
201600509/1/A2. Datum uitspraak: 5 oktober 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 december 2015 in zaak nr. 15/2224 in het geding tussen: [appellante] en het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rivierenland. Procesverloop Bij besluit van 2 december 2013 heeft het college een verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen [belanghebbende] wegens het onrechtmatig dempen van een watergang afgewezen. Bij besluit van 12 maart 2015 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
ECLI:NL:RVS:2014:4582
201403493/1/A2. Datum uitspraak: 17 december 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], wonend te [woonplaats], verzoekster, om herziening (artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 24 augustus 2011 in zaak nr. 200908415/1/H2. Procesverloop Bij uitspraak van 24 augustus 2011, in zaak nr. 200908415/1/H2, heeft de Afdeling het door [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 23 september 2009 ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, die uitspraak vernietigd, het door [verzoekster] tegen het besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 december 2008 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het beroep tegen het besluit van de minister van 22 februari 2011 ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201608910/1/A2. Datum uitspraak: 15 november 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoekster], wonend te [woonplaats], om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2016 in zaak nr. ECLI:NL:RVS:2016:2623. Procesverloop Bij uitspraak van 5 oktober 2016 heeft de Afdeling het door [verzoekster] tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 december 2015 ingesteld hoger beroep ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en een beroep tegen een besluit van het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rivierenland van 9 februari 2016 ongegrond verklaard.

De uitspraak van de Afdeling is aangehecht. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht deze uitspraak te herzien. [verzoekster] heeft nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 oktober 2017, waar [verzoekster], in persoon, is verschenen. Overwegingen 1. Aan het verzoek om herziening heeft [verzoekster] ten grondslag gelegd dat zij schade heeft geleden door het verlenen van de ontheffing en uitgevoerde werkzaamheden voor het dempen van B-watergang 036309.

2. Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt als volgt: "De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden." 3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4582), is herziening een buitengewoon rechtsmiddel dat er niet toe dient om een geschil waarin is beslist, naar aanleiding van de uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen.

De uitspraak kan slechts worden herzien, indien deze in het licht van na de uitspraak bekend geworden nieuwe feiten of omstandigheden, bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb, geen stand meer kan houden. 4. [verzoekster] heeft geen feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb, naar voren gebracht. Het door haar naar voren gebrachte standpunt is betrokken bij de uitspraak waarvan zij herziening vraagt. Dat [verzoekster] het niet eens is met die uitspraak, betekent niet dat deze dient te worden herzien.

5. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier. w.g. Hagen w.g. Hazen lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 november 2017 452.