Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:2849 ECLI:NL:RVS:2017:2849 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:2849 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:2849
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201708031/2/V3. Datum uitspraak: 19 oktober 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 6 oktober 2017 in zaak nr. NL17.8443 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans: de minister van Veiligheid en Justitie.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2017:2849 · Raad van State: 201708031/2/V3. Datum uitspraak: 19 oktober 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 6 oktober 2017 in zaak nr. NL17.8443 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans: de minister van Veiligheid en Justitie.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201708031/2/V3. Datum uitspraak: 19 oktober 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 6 oktober 2017 in zaak nr. NL17.8443 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans: de minister van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop Bij besluit van 6 september 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 6 oktober 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Onder de minister wordt tevens verstaan: diens rechtsvoorganger.

2. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat hij gedurende de behandeling van het door hem ingestelde hoger beroep geen gehoor hoeft te geven aan de aanzegging van de minister om zich onmiddellijk naar Griekenland te begeven en dat hem gedurende die periode opvang en verstrekkingen voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers worden geboden.

3. Gelet op wat is aangevoerd, komt het verzoek, in het licht van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 20 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3350, op na te melden wijze voor toewijzing in aanmerking.

4. De minister dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling geen gehoor hoeft te geven aan de aanzegging van de minister van Veiligheid en Justitie om zich onmiddellijk naar Griekenland te begeven, totdat op het hoger beroep is beslist; II. veroordeelt de minister van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 495,00 (zegge: vierhonderdvijfennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van M.E. van Laar LLM, griffier. w.g. Bijloos w.g. Van Laar voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2017 551.