ECLI:NL:RVS:2017:2767 · Raad van State
Legislator summary
AI generated201708038/2/V1. Datum uitspraak: 11 oktober 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, verzoekster, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 13 september 2017 in zaak nr. NL17.828 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans: de minister van Veiligheid en Justitie.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2017:2767 · Raad van State: 201708038/2/V1. Datum uitspraak: 11 oktober 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, verzoekster, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 13 september 2017 in zaak nr. NL17.828 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans: de minister van Veiligheid en Justitie.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
201708038/2/V1. Datum uitspraak: 11 oktober 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, verzoekster, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 13 september 2017 in zaak nr. NL17.828 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans: de minister van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop Bij besluit van 27 januari 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 13 september 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat de verstrekkingen, voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, worden beëindigd gedurende de behandeling van het ingestelde hoger beroep.
2. Niet op voorhand is aannemelijk dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep in stand zal blijven. Nu voorts is gebleken van een spoedeisend belang, als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb, komt het verzoek op na te melden wijze voor toewijzing in aanmerking.
3. De voorzieningenrechter acht termen aanwezig om de minister op na te melden wijze in de proceskosten te veroordelen. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de verstrekkingen niet zullen worden beëindigd, totdat op het door de vreemdeling ingestelde hoger beroep is beslist; II. veroordeelt de minister van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 495,00 (zegge: vierhonderdvijfennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier. w.g. Van der Wiel w.g. Hanrath voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2017 392.