Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:2725 ECLI:NL:RVS:2017:2725 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:2725 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:2725
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201607983/1/V1. Datum uitspraak: 9 oktober 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 22 september 2016 in zaak nr. 16/14523 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans: de minister van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 24 november 2015 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:2725 · Raad van State: 201607983/1/V1. Datum uitspraak: 9 oktober 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 22 september 2016 in zaak nr. 16/14523 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans: de minister van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 24 november 2015 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201607983/1/V1. Datum uitspraak: 9 oktober 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 22 september 2016 in zaak nr. 16/14523 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans: de minister van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 24 november 2015 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 10 juni 2016 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 22 september 2016 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F.A van den Berg, advocaat te Middelburg, hoger beroep ingesteld. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden.

Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.

2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, griffier. w.g. Van der Wiel w.g. Willems lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2017 412-847.