Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:2701 ECLI:NL:RVS:2017:2701 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:2701 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:2701
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201702158/1/V2. Datum uitspraak: 4 oktober 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: wijlen [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 3 maart 2017 in zaak nr. 17/3197 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 9 februari 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:2701 · Raad van State: 201702158/1/V2. Datum uitspraak: 4 oktober 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: wijlen [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 3 maart 2017 in zaak nr. 17/3197 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 9 februari 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201702158/1/V2. Datum uitspraak: 4 oktober 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: wijlen [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 3 maart 2017 in zaak nr. 17/3197 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 9 februari 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 3 maart 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.J.P. Lemmen, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld. De gemachtigde van de vreemdeling heeft nadere stukken ingediend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Bij fax van 15 september 2017 heeft de gemachtigde van de vreemdeling de Afdeling bericht dat de vreemdeling op 20 augustus 2017 is overleden. Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de gemachtigde van de vreemdeling bij fax van 27 september 2017 te kennen gegeven dat hij geen belang meer ziet bij een beoordeling van het hoger beroep.

Gelet hierop en nu ook anderszins niet is gebleken van enig belang, ziet de Afdeling aanleiding het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.R.M. Brouwer, griffier. w.g. Verheij w.g. Brouwer lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2017 791.