Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:2617 ECLI:NL:RVS:2017:2617 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:2617 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:2617
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201707143/1/V3. Datum uitspraak: 26 september 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [appellant], tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 25 augustus 2017 in zaak nr. NL17.5760 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 25 juli 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:2617 · Raad van State: 201707143/1/V3. Datum uitspraak: 26 september 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [appellant], tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 25 augustus 2017 in zaak nr. NL17.5760 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 25 juli 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201707143/1/V3. Datum uitspraak: 26 september 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [appellant], tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 25 augustus 2017 in zaak nr. NL17.5760 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 25 juli 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 25 augustus 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.R. van der Pol, advocaat te Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. De aangevallen uitspraak is een uitspraak van de rechtbank na toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Hiertegen kan gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb geen hoger beroep worden ingesteld. Hetgeen de vreemdeling in hoger beroep aanvoert is geen aanleiding om in dit geval anders te oordelen.

2. De Afdeling is kennelijk onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier. w.g. Verheij w.g. Van Meurs-Heuvel lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 26 september 2017 47.