Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:2439 ECLI:NL:RVS:2017:2439 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:2439 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:2439
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201701774/2/A1. Datum uitspraak: 8 september 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [verzoeker], wonend te Hengelo, gemeente Bronckhorst, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de rechtbank) van 19 januari 2017 in zaak nr. 16/5165 in het geding tussen: [verzoeker] en het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2017:2439 · Raad van State: 201701774/2/A1. Datum uitspraak: 8 september 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [verzoeker], wonend te Hengelo, gemeente Bronckhorst, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de rechtbank) van 19 januari 2017 in zaak nr. 16/5165 in het geding tussen: [verzoeker] en het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201701774/2/A1. Datum uitspraak: 8 september 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [verzoeker], wonend te Hengelo, gemeente Bronckhorst, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de rechtbank) van 19 januari 2017 in zaak nr. 16/5165 in het geding tussen: [verzoeker] en het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst.

Openbare zitting gehouden op 8 september 2017 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzieningenrechter griffier: mr. A.J. Soede Verschenen: [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. G.G. Kranendonk; Het college, vertegenwoordigd door M.R. Prins. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 19 januari 2017, verzonden op 19 januari 2017, van de rechtbank. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst van 25 juli 2016, kenmerk Z79743/UIT16-101899, en het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst van 11 januari 2016, kenmerk Z63213/UIT16-98562, tot twee weken nadat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure in deze zaak;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 990,00 (zegge: negenhonderdnegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro) vergoedt.

Daartoe overweegt zij het volgende: - dat het besluit een onduidelijke beschrijving van de begunstigingstermijn bevat, op grond waarvan [verzoeker] er van uit mocht gaan dat hij nog ruimschoots de tijd had om aan de last te voldoen en - dat in het kader van de belangenafweging niet is gebleken van dringende belangen die zich tegen een schorsing verzetten. w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Soede voorzieningenrechter griffier 270.