Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:2368 ECLI:NL:RVS:2017:2368 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:2368 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:2368
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201706176/1/V2. Datum uitspraak: 29 augustus 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [vreemdeling 1], mede voor haar minderjarige dochter, en [vreemdeling 2], verzoekers, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2017 in zaak nr. 201702783/1/V2. Procesverloop Verzoekers hebben de Afdeling verzocht de uitspraak van 27 juli 2017 in zaak nr. 201702783/1/V2, waarbij het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 28 maart 2017 gegrond is verklaard, te herzien. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet aan te merken als een feit of omstandigheid, als bedoeld in die bepaling.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:2368 · Raad van State: Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. J.J. van Eck en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier. w.g. Verheij w.g. Prins voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2017 363-837.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201706176/1/V2. Datum uitspraak: 29 augustus 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [vreemdeling 1], mede voor haar minderjarige dochter, en [vreemdeling 2], verzoekers, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2017 in zaak nr. 201702783/1/V2. Procesverloop Verzoekers hebben de Afdeling verzocht de uitspraak van 27 juli 2017 in zaak nr. 201702783/1/V2, waarbij het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 28 maart 2017 gegrond is verklaard, te herzien. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet aan te merken als een feit of omstandigheid, als bedoeld in die bepaling.

2. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. J.J. van Eck en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier. w.g. Verheij w.g. Prins voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2017 363-837.