Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:1907 ECLI:NL:RVS:2017:1907 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:1907 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:1907
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201702968/1/V3. Datum uitspraak: 13 juli 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 10 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4089. Procesverloop Bij brief van 10 maart 2017 aan de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, heeft de vreemdeling de rechtbank verzocht om herziening van de uitspraak van 16 maart 2015 in zaak nr. 15/4344.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:1907 · Raad van State: 201702968/1/V3. Datum uitspraak: 13 juli 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 10 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4089. Procesverloop Bij brief van 10 maart 2017 aan de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, heeft de vreemdeling de rechtbank verzocht om herziening van de uitspraak van 16 maart 2015 in zaak nr. 15/4344.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2015:4089
201502330/1/V3. Datum uitspraak: 10 april 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 16 maart 2015 in zaak nr. 15/4344 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 27 februari 2015 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 16 maart 2015 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
ECLI:NL:RVS:2012:BX4821
201102903/1/V4. Datum uitspraak: 27 juli 2012 RAAD VAN STATE AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Groningen, van 8 februari 2011 in zaak nr. 10/32942 op het verzoek tot herziening van: [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) 1. Procesverloop Bij uitspraak van 23 december 2008 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Groningen, voor zover thans van belang, het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie van 15 oktober 2008, waarbij de afwijzing van zowel de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als het verzoek tot toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) is gehandhaafd, ongegrond verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201702968/1/V3. Datum uitspraak: 13 juli 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 10 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4089. Procesverloop Bij brief van 10 maart 2017 aan de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, heeft de vreemdeling de rechtbank verzocht om herziening van de uitspraak van 16 maart 2015 in zaak nr. 15/4344.

Bij brief van 6 april 2017 heeft de rechtbank dat verzoek aan de Afdeling doorgezonden. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Op het tegen voormelde uitspraak van 16 maart 2015 ingestelde hoger beroep heeft de Afdeling bij uitspraak van 10 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4089, beslist. De rechtbank heeft het verzoek van de vreemdeling daarom terecht aangemerkt als een verzoek om herziening van de uitspraak van de Afdeling, waarop de Afdeling moet beslissen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4821).

2. Het verzoek is ruim één jaar en elf maanden nadat de vreemdeling redelijkerwijs bekend kon zijn met de door hem gestelde nieuwe feiten en omstandigheden, ingediend. Nu geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die tot het oordeel leiden dat de indiening redelijkerwijs niet eerder kon worden gedaan, is die indiening onredelijk laat. Voor dit oordeel is aansluiting gezocht bij artikel 6:12, eerste en vierde lid, van de Awb, waarin is bepaald dat een beroep dat niet aan een termijn is gebonden, niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien het onredelijk laat is ingediend.

3. Het verzoek om herziening is kennelijk niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Verweij, griffier. w.g. Troostwijk w.g. Verweij lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2017 722.