ECLI:NL:RVS:2017:1739 · Raad van State
Legislator summary
AI generated201702748/1/V1. Datum uitspraak: 30 juni 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling A], [de vreemdeling B], en [de vreemdeling C], verzoekers, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 25 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3518. Procesverloop De vreemdelingen hebben de Afdeling verzocht de uitspraak van 25 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3518, waarbij het hoger beroep van de vreemdelingen tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 27 september 2016 ongegrond is verklaard, te herzien. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet aan te merken als een feit of omstandigheid, als bedoeld in die bepaling.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RVS:2017:1739 · Raad van State: Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.W. Groeneweg, griffier. w.g. Van der Wiel w.g. Groeneweg lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2017 32.
Cited Case Law
AI generatedFull text
201702748/1/V1. Datum uitspraak: 30 juni 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling A], [de vreemdeling B], en [de vreemdeling C], verzoekers, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 25 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3518. Procesverloop De vreemdelingen hebben de Afdeling verzocht de uitspraak van 25 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3518, waarbij het hoger beroep van de vreemdelingen tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 27 september 2016 ongegrond is verklaard, te herzien. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet aan te merken als een feit of omstandigheid, als bedoeld in die bepaling.
2. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.W. Groeneweg, griffier. w.g. Van der Wiel w.g. Groeneweg lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2017 32.