Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:1602 ECLI:NL:RVS:2017:1602 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:1602 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:1602
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201701739/1/V2. Datum uitspraak: 15 juni 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 13 juli 2015 in zaak nr. 201502586/1/V2. Procesverloop Bij brief van 5 januari 2017 heeft verzoeker de Afdeling verzocht de uitspraak van 13 juli 2015 in zaak nr. 201502586/1/V2, waarbij de Afdeling het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 27 februari 2015 in zaak nr. 14/7750, kennelijk ongegrond heeft verklaard, te herzien. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet als een dergelijk feit of omstandigheid aan te merken.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:1602 · Raad van State: Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier. w.g. Verheij w.g. Van de Sluis lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2017 802.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201701739/1/V2. Datum uitspraak: 15 juni 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 13 juli 2015 in zaak nr. 201502586/1/V2. Procesverloop Bij brief van 5 januari 2017 heeft verzoeker de Afdeling verzocht de uitspraak van 13 juli 2015 in zaak nr. 201502586/1/V2, waarbij de Afdeling het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 27 februari 2015 in zaak nr. 14/7750, kennelijk ongegrond heeft verklaard, te herzien. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet als een dergelijk feit of omstandigheid aan te merken.

2. Het verzoek moet als kennelijk ongegrond worden afgewezen.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier. w.g. Verheij w.g. Van de Sluis lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2017 802.