ECLI:NL:RVS:2017:1537 · Raad van State
Legislator summary
AI generated201609333/1/V2. Datum uitspraak: 8 juni 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 15 november 2016 in zaak nr. 16/17993 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij uitspraak van 15 november 2016 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het niet tijdig door de staatssecretaris nemen van een besluit op zijn asielaanvraag gegrond verklaard en vastgesteld dat de staatssecretaris als gevolg daarvan een dwangsom heeft verbeurd.
Legislator headnote
AI generatedartikel 3:42 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2017:1537 · Raad van State: 201609333/1/V2. Datum uitspraak: 8 juni 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 15 november 2016 in zaak nr. 16/17993 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij uitspraak van 15 november 2016 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het niet tijdig door de staatssecretaris nemen van een besluit op zijn asielaanvraag gegrond verklaard en vastgesteld dat de staatssecretaris als gevolg daarvan een dwangsom heeft verbeurd.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedCited Case Law
AI generatedFull text
201609333/1/V2. Datum uitspraak: 8 juni 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 15 november 2016 in zaak nr. 16/17993 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij uitspraak van 15 november 2016 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het niet tijdig door de staatssecretaris nemen van een besluit op zijn asielaanvraag gegrond verklaard en vastgesteld dat de staatssecretaris als gevolg daarvan een dwangsom heeft verbeurd.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.M. Niemer, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. De in het hogerberoepschrift opgeworpen rechtsvraag over het verlengen van de beslistermijn in de bestuurlijke fase en de kennisgeving daarvan heeft de Afdeling bij uitspraak van 8 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3232, beantwoord. Die overwegingen zijn ook in deze zaak van toepassing. Anders dan de vreemdeling in zijn schriftelijke uiteenzetting betoogt, volgt uit deze uitspraak tevens dat op voormelde kennisgeving artikel 3:42 van de Awb van toepassing is.
2. Hieruit volgt dat het hoger beroep kennelijk gegrond is. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. De Afdeling zal de zaak om dezelfde reden als in voormelde uitspraak in 7. is genoemd naar de rechtbank terugwijzen om door haar te worden behandeld en beslist.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 15 november 2016 in zaak nr. 16/17993; III. wijst de zaak naar de rechtbank terug. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. M.G.J. Parkins-de Vin en mr. H.G. Lubberdink, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.R.M. Brouwer, griffier. w.g. Verheij w.g. Brouwer voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2017 791.