Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:1403 ECLI:NL:RVS:2017:1403 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:1403 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:1403
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201704179/2/V2. Datum uitspraak: 23 mei 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 18 mei 2017 in zaak nr. 17/8712 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2017:1403 · Raad van State: 201704179/2/V2. Datum uitspraak: 23 mei 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 18 mei 2017 in zaak nr. 17/8712 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201704179/2/V2. Datum uitspraak: 23 mei 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 18 mei 2017 in zaak nr. 17/8712 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop Bij besluit van 21 april 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 18 mei 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft op 19 mei 2017 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 18 mei 2017 en de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat haar voorgenomen uitzetting op 24 mei 2017 om 10:20 uur achterwege blijft.

Reeds omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om bij wijze van ordemaatregel de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen. Nadat vorenbedoelde termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening.

2. De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de voorgenomen uitzetting op 24 mei 2017 achterwege blijft; II. veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 495,00 (zegge: vierhonderdvijfennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier. w.g. Troostwijk w.g. Van Loon voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2017 795.