Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:1257 ECLI:NL:RVS:2017:1257 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:1257 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:1257
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201605831/1/V3. Datum uitspraak: 10 mei 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 10 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4814. Procesverloop Bij brief aan de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, heeft de vreemdeling de rechtbank verzocht om herziening van de uitspraak van 23 juni 2014 in zaak nr. 14/3814.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:1257 · Raad van State: 201605831/1/V3. Datum uitspraak: 10 mei 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 10 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4814. Procesverloop Bij brief aan de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, heeft de vreemdeling de rechtbank verzocht om herziening van de uitspraak van 23 juni 2014 in zaak nr. 14/3814.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2014:4814
201406240/1/V3. Datum uitspraak: 10 oktober 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 23 juni 2014 in zaak nr. 14/3814 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 6 september 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft, afgewezen.
ECLI:NL:RVS:2012:BX4821
201102903/1/V4. Datum uitspraak: 27 juli 2012 RAAD VAN STATE AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Groningen, van 8 februari 2011 in zaak nr. 10/32942 op het verzoek tot herziening van: [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) 1. Procesverloop Bij uitspraak van 23 december 2008 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Groningen, voor zover thans van belang, het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie van 15 oktober 2008, waarbij de afwijzing van zowel de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als het verzoek tot toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) is gehandhaafd, ongegrond verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201605831/1/V3. Datum uitspraak: 10 mei 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 10 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4814. Procesverloop Bij brief aan de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, heeft de vreemdeling de rechtbank verzocht om herziening van de uitspraak van 23 juni 2014 in zaak nr. 14/3814.

Bij uitspraak van 17 juni 2016 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van het door de vreemdeling ingediende verzoek om herziening kennis te nemen. Bij brief van 27 juli 2016 heeft de rechtbank dat verzoek aan de Afdeling doorgezonden. De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Op het tegen voormelde uitspraak van 23 juni 2014 ingestelde hoger beroep heeft de Afdeling bij uitspraak van 10 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4814, beslist. De rechtbank heeft het verzoek van de vreemdeling daarom terecht aangemerkt als een verzoek om herziening van de uitspraak van de Afdeling, waarop de Afdeling moet beslissen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4821).

2. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet aan te merken als een feit of omstandigheid, als bedoeld in die bepaling, reeds omdat niet wordt voldaan aan de daarin onder c. vermelde voorwaarde.

3. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. R. van der Spoel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, griffier. w.g. Van der Spoel w.g. Van Roosmalen lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2017 53.