Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2017:1106 ECLI:NL:RVS:2017:1106 AI generated

ECLI:NL:RVS:2017:1106 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2017:1106
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201703041/2/V3. Datum uitspraak: 12 april 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 12 april 2017 in zaak nr. 17/6590 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2017:1106 · Raad van State: 201703041/2/V3. Datum uitspraak: 12 april 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 12 april 2017 in zaak nr. 17/6590 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201703041/2/V3. Datum uitspraak: 12 april 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 12 april 2017 in zaak nr. 17/6590 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris.

Procesverloop Bij besluit van 23 maart 2017 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Bij uitspraak van 12 april 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en de vreemdeling schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Voorts heeft de staatssecretaris de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Het verzoek heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan het bevel van de rechtbank.

Indien de staatssecretaris gehouden is dat wel te doen bestaat de aanzienlijke kans dat zulks tot gevolgen leidt die niet dan wel slechts bezwaarlijk zijn te redresseren.

2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat de maatregel van bewaring niet hoeft te worden opgeheven totdat uitspraak is gedaan nadat de vreemdeling de gelegenheid heeft gekregen op het verzoek te reageren. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de maatregel van bewaring niet hoeft te worden opgeheven totdat uitspraak is gedaan nadat de vreemdeling de gelegenheid heeft gekregen op het verzoek te reageren. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Nieuwenhuizen, griffier. w.g. Verheij w.g. Nieuwenhuizen voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 12 april 2017 633.