Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2016:886 ECLI:NL:RVS:2016:886 AI generated

ECLI:NL:RVS:2016:886 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2016:886
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201601202/4/V2. Datum uitspraak: 21 maart 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende de hoger beroepen van onder meer: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 19 januari 2016 in zaak nr. 15/3802 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2016:886 · Raad van State: 201601202/4/V2. Datum uitspraak: 21 maart 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende de hoger beroepen van onder meer: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 19 januari 2016 in zaak nr. 15/3802 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201601202/4/V2. Datum uitspraak: 21 maart 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende de hoger beroepen van onder meer: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 19 januari 2016 in zaak nr. 15/3802 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Bij besluit van 28 januari 2015 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Bij uitspraak van 19 januari 2016 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Tegen deze uitspraak hebben de staatssecretaris en de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De griffier van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, heeft tevens een verzoek ter behandeling aan de voorzieningenrechter doorgezonden. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Bij mondelinge uitspraak van 21 maart 2016 heeft de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Op 21 maart 2016 om 11.34 uur heeft de staatssecretaris bij besluit, genomen krachtens artikel 3.1, tweede lid, aanhef en onder c, van het Vreemdelingenbesluit 2000, het rechtmatig verblijf van de vreemdeling beëindigd, als gevolg waarvan de vreemdeling volgens de staatssecretaris kan worden uitgezet.

Het verzoek, aangevuld met het door de griffier van de rechtbank doorgezonden verzoek, is erop gericht te voorkomen dat de vreemdeling, hangende de behandeling van de ingestelde hoger beroepen, wordt uitgezet. Bij uitspraak van 1 maart 2016 in zaak nr. 201601202/2/V2 (ter voorlichting aan partijen aangehecht), heeft de Afdeling overwogen dat, gelet op hetgeen de staatssecretaris in zijn hogerberoepschrift heeft aangevoerd, niet valt uit te sluiten dat de aangevallen uitspraak niet in stand zal blijven. Er is thans, gelet op hetgeen de vreemdeling heeft aangevoerd, evenmin grond om aan te nemen dat de aangevallen uitspraak niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de gevraagde verblijfsvergunning niet geweigerd had mogen worden.

Het verzoek, aangevuld met het door de griffier van de rechtbank doorgezonden verzoek, moet daarom worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. w.g. Van Eck w.g. Van Loon griffier voorzieningenrechter 284-802.