Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2016:832 ECLI:NL:RVS:2016:832 AI generated

ECLI:NL:RVS:2016:832 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2016:832
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201506609/1/A3. Datum uitspraak: 30 maart 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 14 juli 2015 in zaak nr. 14/8006 in het geding tussen: [appellant] en de staatssecretaris van Defensie (lees: de minister van Defensie). Procesverloop Bij besluit van 26 mei 2014 heeft de minister geweigerd een verklaring van geen bezwaar ten behoeve van [appellant] af te geven. Bij besluit van 5 februari 2015 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2016:832 · Raad van State: 201506609/1/A3. Datum uitspraak: 30 maart 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 14 juli 2015 in zaak nr. 14/8006 in het geding tussen: [appellant] en de staatssecretaris van Defensie (lees: de minister van Defensie). Procesverloop Bij besluit van 26 mei 2014 heeft de minister geweigerd een verklaring van geen bezwaar ten behoeve van [appellant] af te geven. Bij besluit van 5 februari 2015 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201506609/1/A3. Datum uitspraak: 30 maart 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 14 juli 2015 in zaak nr. 14/8006 in het geding tussen: [appellant] en de staatssecretaris van Defensie (lees: de minister van Defensie). Procesverloop Bij besluit van 26 mei 2014 heeft de minister geweigerd een verklaring van geen bezwaar ten behoeve van [appellant] af te geven. Bij besluit van 5 februari 2015 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 14 juli 2015 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 maart 2016, waar [appellant], bijgestaan door mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Baarn, en de minister, vertegenwoordigd door mr. A.I. Bieri, werkzaam bij het ministerie, zijn verschenen.

Overwegingen 1. Hetgeen [appellant] als gronden in zijn hogerberoepschrift aanvoert, is een letterlijke herhaling van de gronden die hij in beroep bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank heeft deze beroepsgronden gemotiveerd verworpen. [appellant] heeft in zijn hogerberoepschrift niet uiteengezet dat en waarom het desbetreffende oordeel onjuist is. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [appellant] ook ter zitting niets naar voren gebracht waaruit volgt waarom de aangevallen uitspraak volgens hem onjuist is. Gelet hierop kan het aangevoerde niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.

2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen. Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Nell, griffier. w.g. Vlasblom w.g. Nell lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2016 597.