Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2016:3520 ECLI:NL:RVS:2016:3520 AI generated

ECLI:NL:RVS:2016:3520 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2016:3520
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201601826/1/V2 en 201601826/2/V2. Datum uitspraak: 1 april 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank), van 7 maart 2016 in zaken nrs. 16/2373 en 16/2376 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2016:3520 · Raad van State: Datum uitspraak: 1 april 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank), van 7 maart 2016 in zaken nrs. 16/2373 en 16/2376 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201601826/1/V2 en 201601826/2/V2. Datum uitspraak: 1 april 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank), van 7 maart 2016 in zaken nrs. 16/2373 en 16/2376 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop Bij besluit van 7 februari 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 7 maart 2016 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. V. Senczuk, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vw 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000, met dat oordeel volstaan.

2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bevestigt de aangevallen uitspraak; II. wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier. w.g. Van Eck w.g. Van Loon voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2016 238/802.