ECLI:NL:RVS:2016:3518 · Raad van State
Legislator summary
AI generated201608070/1/V1. Datum uitspraak: 25 november 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling A], [de vreemdeling B] en [de vreemdeling C], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 27 september 2016 in zaken nrs. 16/3184, 16/3185 en 16/3186 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij onderscheiden besluiten van 22 januari 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, de aan de vreemdelingen verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, hun opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en tegen hen inreisverboden uitgevaardigd.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RVS:2016:3518 · Raad van State: 201608070/1/V1. Datum uitspraak: 25 november 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling A], [de vreemdeling B] en [de vreemdeling C], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 27 september 2016 in zaken nrs. 16/3184, 16/3185 en 16/3186 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij onderscheiden besluiten van 22 januari 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, de aan de vreemdelingen verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, hun opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en tegen hen inreisverboden uitgevaardigd.
Full text
201608070/1/V1. Datum uitspraak: 25 november 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling A], [de vreemdeling B] en [de vreemdeling C], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 27 september 2016 in zaken nrs. 16/3184, 16/3185 en 16/3186 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij onderscheiden besluiten van 22 januari 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, de aan de vreemdelingen verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, hun opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en tegen hen inreisverboden uitgevaardigd.
Deze besluiten zijn aangehecht. Bij uitspraak van 27 september 2016 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. M.H. van der Linden, advocaat te Almelo, hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden.
Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.
2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier. w.g. Steendijk w.g. Van Goeverden-Clarenbeek lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2016 488.