Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2016:3336 ECLI:NL:RVS:2016:3336 AI generated

ECLI:NL:RVS:2016:3336 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2016:3336
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201605505/1/R6. Datum uitspraak: 14 december 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoeker], wonend te Eelderwolde, gemeente Tynaarlo, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3541. Procesverloop Bij uitspraak van 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3541, heeft de Afdeling onder meer het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo van 31 maart 2015 tot vaststelling van het uitwerkingsplan "Ter Borch, plan van uitwerking Garmpoleiland Waterwijk" ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:119 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2016:3336 · Raad van State: Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Keywords

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:119 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 14 december 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoeker], wonend te Eelderwolde, gemeente Tynaarlo, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3541.
artikel 8:119 van de Awb
Voor zover [verzoeker] de Afdeling verzoekt om diverse onderzoeken in te stellen naar kort gezegd de integriteit van het gemeentebestuur van Tynaarlo, merkt de Afdeling ter voorlichting van partijen nog op dat artikel 8:119 van de Awb voor het toewijzen van een dergelijk verzoek geen grondslag biedt.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2015:3541
201504097/1/R6. Datum uitspraak: 18 november 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellant sub 1] en anderen, allen wonend te Eelderwolde, gemeente Tynaarlo, 2. [appellant sub 2], wonend te Eelderwolde, gemeente Tynaarlo, en het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 31 maart 2015 heeft het college het uitwerkingsplan "Ter Borch, plan van uitwerking Garmpoleiland Waterwijk" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] beroep ingesteld.
ECLI:NL:RVS:2015:308
201406317/2/A4. Datum uitspraak: 28 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 in samenhang met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb) op het verzoek van [verzoekster], wonend te [woonplaats], gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland, verzoekster, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 21 augustus 2013 in zaak nr. 201207833/1/A2. Procesverloop Bij uitspraak van 21 augustus 2013 in zaak nr. 201207833/1/A2 heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 3 juli 2012 in zaak nr. 12/182 ongegrond verklaard.
ECLI:NL:RVS:2015:310
201407367/2/A4. Datum uitspraak: 28 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 in samenhang met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb) op het verzoek van [verzoeker], wonend te [woonplaats], verzoeker, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 23 oktober 2013 in zaak nr. 201301898/1/A4. Procesverloop Bij uitspraak van 23 oktober 2013 in zaak nr. 201301898/1/A4 heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 januari 2013 in zaak nr. 12/175 ongegrond verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201605505/1/R6. Datum uitspraak: 14 december 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoeker], wonend te Eelderwolde, gemeente Tynaarlo, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3541. Procesverloop Bij uitspraak van 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3541, heeft de Afdeling onder meer het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo van 31 maart 2015 tot vaststelling van het uitwerkingsplan "Ter Borch, plan van uitwerking Garmpoleiland Waterwijk" ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [verzoeker] heeft een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft het verzoek ter zitting, gevoegd met zaak nr. 201607568/1/R4, behandeld op 18 november 2016, waar [verzoeker] en het college, vertegenwoordigd door B. Dijkstra, werkzaam bij de gemeente, en mr. P. Vos, zijn verschenen. Voorts is ter zitting verschenen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Extenzo Groningen B.V. (hierna: Extenzo B.V.), vertegenwoordigd door mr. E. Hardenberg, advocaat te Deventer. Overwegingen 1.

Het uitwerkingsplan "Ter Borch, plan van uitwerking Garmpoleiland Waterwijk" voorziet in maximaal 20 vrijstaande of halfvrijstaande woningen op het Garmpoleiland. 2. [verzoeker] woont op het Warmoltseiland, nummer […], in Eelderwolde. Het Warmoltseiland ligt ongeveer 30 m ten zuiden van het Garmpoleiland. Vanuit zijn woning heeft hij, over het water, zicht op het plangebied.

3. Extenzo B.V. is de ontwikkelaar van de woningen die het plan mogelijk maakt.

4. In de uitspraak over het uitwerkingsplan, waarvan herziening wordt verzocht, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] ongegrond verklaard.

5. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

6. Hoewel het indienen van een verzoek om herziening niet aan enige wettelijke termijn is gebonden, hanteert de Afdeling bij de beoordeling van een dergelijk verzoek als uitgangspunt dat het verzoek niet onredelijk laat mag zijn ingediend. Zoals de grote kamer van de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraken van 28 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:308 en ECLI:NL:RVS:2015:310, wordt bij de invulling van het "onredelijk laat-criterium" in de regel uitgegaan van een termijn van één jaar. Dit betekent dat de indiening van een verzoek om herziening als onredelijk laat wordt aangemerkt indien het verzoek is ingediend meer dan een jaar na het bekend worden met de daarin gestelde nova dan wel, indien geen nova zijn gesteld, na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht.

Een uitzondering op die regel wordt gemaakt voor die uitzonderlijke gevallen waarin het belang van de rechtszekerheid van andere belanghebbenden en bestuursorganen dermate betrokken is, dat het hanteren van een zo lange termijn niet aanvaardbaar zou zijn. Dit laatste kan zich eerder in meerpartijengeschillen dan in tweepartijengeschillen voordoen, en eerder indien bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht, een besluit in stand is gebleven waarbij aan een of meer belanghebbenden toestemming is verleend om bepaalde activiteiten te verrichten.

In dergelijke uitzonderlijke gevallen waarin de termijn van één jaar niet wordt gehanteerd, zal een termijn gelden van drie maal zes weken. 6.1. Over de invulling van het onredelijk-laat criterium in deze zaak overweegt de Afdeling als volgt. Het belang van de rechtszekerheid van Extenzo B.V. als derdebelanghebbende is dermate betrokken, dat het hanteren van een termijn van één jaar in dit geval niet aanvaardbaar zou zijn. Hierbij betrekt de Afdeling dat het besluit tot vaststelling van het uitwerkingsplan voor het Garmpoleiland in stand is gebleven bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht.

De Afdeling zal bij de invulling van het "onredelijk laat-criterium" in deze zaak daarom een termijn van drie maal zes weken hanteren. 6.2. Ter zitting heeft [verzoeker] verduidelijkt dat hij op verschillende ruimtelijke ontwikkelingen in Tynaarlo en op een aantal krantenartikelen heeft gewezen ter illustratie van de manier waarop Tynaarlo volgens hem wordt bestuurd, maar dat hij hiermee geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft gesteld. De Afdeling stelt vast dat [verzoeker] in zijn verzoekschrift één novum heeft gesteld, namelijk dat Extenzo B.V. een nieuw bedrijf is van een voormalige werknemer van één van de aannemers die het college in eerste instantie als projectontwikkelaar voor het Garmpoleiland had geselecteerd.

Het herzieningsverzoek van [verzoeker] is op 21 juli 2016 binnen gekomen. Gelet op de termijn van drie maal zes weken dient [verzoeker] daarom op 14 maart 2016 of later bekend te zijn geworden met het door hem gestelde novum. Ter zitting heeft [verzoeker] desgevraagd toegelicht dat het gestelde novum hem al langer bekend was. Nu [verzoeker] reeds vóór 14 maart 2016 bekend is geworden met het door hem gestelde novum, is zijn verzoek niet binnen een termijn van drie maal zes weken ingediend. Het herzieningsverzoek is daarom niet-ontvankelijk.

7. Overigens overweegt de Afdeling dat [verzoeker] in zijn verzoekschrift geen feiten of omstandigheden naar voren heeft gebracht die voldoen aan de in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb gestelde voorwaarden. [verzoeker] lijkt met zijn herzieningsverzoek vooral het debat over het uitwerkingsplan opnieuw te willen voeren. Het bijzondere rechtsmiddel herziening dient er echter niet toe om een geschil dat reeds is beslist, naar aanleiding van de uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen. Het middel biedt een partij derhalve niet de mogelijkheid het debat te heropenen nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

8. Voor zover [verzoeker] de Afdeling verzoekt om diverse onderzoeken in te stellen naar kort gezegd de integriteit van het gemeentebestuur van Tynaarlo, merkt de Afdeling ter voorlichting van partijen nog op dat artikel 8:119 van de Awb voor het toewijzen van een dergelijk verzoek geen grondslag biedt. Conclusie 9. Gelet op het voorgaande is het verzoek niet-ontvankelijk. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het verzoek van [verzoeker] niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. R.J.J.M. Pans, voorzitter, en mr. F.D. van Heijningen en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier. w.g. Pans w.g. Lap voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 14 december 2016 288-813.