Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2016:2845 ECLI:NL:RVS:2016:2845 AI generated

ECLI:NL:RVS:2016:2845 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2016:2845
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201508031/1/A3. Datum uitspraak: 3 oktober 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 23 oktober 2015 in zaak nr. 15/1878 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren. Openbare zitting gehouden op 3 oktober 2016. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman voorzitter Staatsraad mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2016:2845 · Raad van State: 201508031/1/A3. Datum uitspraak: 3 oktober 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 23 oktober 2015 in zaak nr. 15/1878 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren. Openbare zitting gehouden op 3 oktober 2016. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman voorzitter Staatsraad mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 3 oktober 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 23 oktober 2015 in zaak nr.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2014:4129
201311752/1/A3. Datum uitspraak: 19 november 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 december 2013 in zaak nr. 13/4146 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 22 februari 2013 heeft de minister een door [appellante] ingediend verzoek om openbaarmaking van stukken betreffende een aan haar opgelegde verkeersboete, geweigerd te behandelen. [appellante] heeft daartegen bezwaar gemaakt.
ECLI:NL:RVS:2015:2446
201501547/1/A3. Datum uitspraak: 5 augustus 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de minister van Veiligheid en Justitie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 januari 2015 in zaak nr. 14/4423 in het geding tussen: [wederpartij] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 11 maart 2014 heeft de minister krachtens de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) een document aan [wederpartij] verstrekt. Bij besluit van 14 juli 2014 heeft de minister het besluit van 11 maart 2014 ingetrokken en het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
ECLI:NL:RVS:2016:157
201311805/1/A3. Datum uitspraak: 27 januari 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 december 2013 in de zaken nrs. 13/3406, 13/3407 en 13/4945 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 22 februari 2013 heeft de minister de verzoeken om openbaarmaking van [appellante] buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 18 april 2013 heeft de minister dat besluit herzien en alsnog een aantal documenten openbaar gemaakt.
ECLI:NL:RVS:2016:1102
201504216/1/A3. Datum uitspraak: 26 april 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op de hoger beroepen van: 1. [appellant sub 1A], wonend te [woonplaats], en [appellant sub 1B], wonend te [woonplaats], 2. het college van burgemeester en wethouders van Leiden, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 april 2015 in zaken nrs. 14/4861 en 12/4898 in het geding tussen: [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en het college. Procesverloop Bij brief van 28 januari 2014 heeft het college een verzoek van [appellant sub 1A] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) niet-ontvankelijk verklaard.
ECLI:NL:RVS:2016:1585
201506049/1/A3. Datum uitspraak: 8 juni 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de korpschef van politie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 juni 2015 in zaak nr. 15/165 in het geding tussen: [wederpartij A] en [wederpartij B] en de korpschef. Procesverloop Bij brief van 16 september 2014 heeft de korpschef een beslissing genomen op een verzoek van [wederpartij A] om openbaarmaking van documenten. [wederpartij A] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij brief van 18 december 2014 heeft de korpschef een beslissing genomen op een verzoek van [wederpartij B] om openbaarmaking van documenten. [wederpartij B] heeft daartegen bezwaar gemaakt.
ECLI:NL:RVS:2016:1885
201508186/1/A3. Datum uitspraak: 6 juli 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de korpschef van politie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 oktober 2015 in zaak nr. 15/2791 in het geding tussen: [verzoeker], wonend te [woonplaats] en de korpschef. Procesverloop Bij besluit van 9 maart 2015 heeft de korpschef beslist op een verzoek van [verzoeker] om verstrekking van documenten krachtens de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob). Bij besluit van 22 april 2015 heeft de korpschef het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201508031/1/A3. Datum uitspraak: 3 oktober 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 23 oktober 2015 in zaak nr. 15/1878 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren. Openbare zitting gehouden op 3 oktober 2016. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman voorzitter Staatsraad mr.

B.P. Vermeulen lid Staatsraad mr. A.B.M. Hent rapporteur griffier: mr. T. Hartsuiker Verschenen: Het college, vertegenwoordigd door U. de Wal, werkzaam bij de gemeente De Fryske Marren. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 23 oktober 2015. De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Daartoe overweegt zij het volgende. Het college heeft ter zitting aangevoerd dat het instellen van hoger beroep in deze zaak als misbruik van recht moet worden aangemerkt. De Afdeling is van oordeel dat in deze zaak sprake is van aan [appellant] toe te rekenen misbruik door zijn [gemachtigde] van de wettelijke bevoegdheid om een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) in te dienen en hoger beroep in te stellen.

Dit oordeel is op de volgende feiten en omstandigheden gebaseerd: - de Afdeling heeft in een groot aantal uitspraken (onder meer de uitspraken van 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4129, 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2446, 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:157, 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1102, 8 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1585, 6 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1885 en ECLI:NL:RVS:2016:1884, 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1950 en ECLI:NL:RVS:2016:1957, en 24 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2312) ten aanzien van soortgelijke Wob-procedures als in deze zaak waarbij [gemachtigde] is betrokken, geoordeeld dat misbruik is gemaakt van de bevoegdheid om een Wob-verzoek in te dienen en een rechtsmiddel in te stellen; - [gemachtigde] voert als rechtsbijstandverlener veel procedures over Wob-verzoeken, waarbij hij veelvuldig gebruik maakt van zeer algemeen geformuleerde machtigingen, zoals hij ook in deze zaak heeft gedaan; - [gemachtigde] heeft het verzoek om informatie in deze zaak kennelijk ingediend om een administratief beroep tegen een verkeersboete te kunnen motiveren, terwijl hij, gelet op zijn ruime kennis en ervaring op het gebied van het bestuursrecht, de Wob en de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, moet worden geacht te weten dat niet de Wob, maar artikel 7:18, vierde lid, van de Awb de geëigende grondslag voor een dergelijk informatieverzoek is; - het is onduidelijk wat in het Wob-verzoek in deze zaak wordt bedoeld met "documenten die zien op scholing en bekwaamheid" en "andere documenten waarvan u bekend is dat deze betrekking hebben op de genoemde bestuurlijke aangelegenheid".

Deze vaagheid van het verzoek maakt het op het verzoek te nemen besluit onnodig extra vatbaar voor discussie in vervolgprocedures. w.g. Borman w.g. Hartsuiker voorzitter griffier 620.