Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2016:2844 ECLI:NL:RVS:2016:2844 AI generated

ECLI:NL:RVS:2016:2844 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2016:2844
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201507764/1/A3. Datum uitspraak: 3 oktober 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 september 2015 in zaak nr. 15/410 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Veiligheid en Justitie. Openbare zitting gehouden op 3 oktober 2016. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman voorzitter Staatsraad mr. B.P. Vermeulen lid Staatsraad mr. A.B.M. Hent rapporteur griffier: mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2016:2844 · Raad van State: 201507764/1/A3. Datum uitspraak: 3 oktober 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 september 2015 in zaak nr. 15/410 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Veiligheid en Justitie. Openbare zitting gehouden op 3 oktober 2016. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman voorzitter Staatsraad mr. B.P. Vermeulen lid Staatsraad mr. A.B.M. Hent rapporteur griffier: mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 3 oktober 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 september 2015 in zaak nr.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2014:4129
201311752/1/A3. Datum uitspraak: 19 november 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 december 2013 in zaak nr. 13/4146 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 22 februari 2013 heeft de minister een door [appellante] ingediend verzoek om openbaarmaking van stukken betreffende een aan haar opgelegde verkeersboete, geweigerd te behandelen. [appellante] heeft daartegen bezwaar gemaakt.
ECLI:NL:RVS:2015:2446
201501547/1/A3. Datum uitspraak: 5 augustus 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de minister van Veiligheid en Justitie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 januari 2015 in zaak nr. 14/4423 in het geding tussen: [wederpartij] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 11 maart 2014 heeft de minister krachtens de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) een document aan [wederpartij] verstrekt. Bij besluit van 14 juli 2014 heeft de minister het besluit van 11 maart 2014 ingetrokken en het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
ECLI:NL:RVS:2016:157
201311805/1/A3. Datum uitspraak: 27 januari 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 december 2013 in de zaken nrs. 13/3406, 13/3407 en 13/4945 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 22 februari 2013 heeft de minister de verzoeken om openbaarmaking van [appellante] buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 18 april 2013 heeft de minister dat besluit herzien en alsnog een aantal documenten openbaar gemaakt.
ECLI:NL:RVS:2016:1102
201504216/1/A3. Datum uitspraak: 26 april 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op de hoger beroepen van: 1. [appellant sub 1A], wonend te [woonplaats], en [appellant sub 1B], wonend te [woonplaats], 2. het college van burgemeester en wethouders van Leiden, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 april 2015 in zaken nrs. 14/4861 en 12/4898 in het geding tussen: [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en het college. Procesverloop Bij brief van 28 januari 2014 heeft het college een verzoek van [appellant sub 1A] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) niet-ontvankelijk verklaard.
ECLI:NL:RVS:2016:1585
201506049/1/A3. Datum uitspraak: 8 juni 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de korpschef van politie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 juni 2015 in zaak nr. 15/165 in het geding tussen: [wederpartij A] en [wederpartij B] en de korpschef. Procesverloop Bij brief van 16 september 2014 heeft de korpschef een beslissing genomen op een verzoek van [wederpartij A] om openbaarmaking van documenten. [wederpartij A] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij brief van 18 december 2014 heeft de korpschef een beslissing genomen op een verzoek van [wederpartij B] om openbaarmaking van documenten. [wederpartij B] heeft daartegen bezwaar gemaakt.
ECLI:NL:RVS:2016:1885
201508186/1/A3. Datum uitspraak: 6 juli 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de korpschef van politie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 oktober 2015 in zaak nr. 15/2791 in het geding tussen: [verzoeker], wonend te [woonplaats] en de korpschef. Procesverloop Bij besluit van 9 maart 2015 heeft de korpschef beslist op een verzoek van [verzoeker] om verstrekking van documenten krachtens de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob). Bij besluit van 22 april 2015 heeft de korpschef het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201507764/1/A3. Datum uitspraak: 3 oktober 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 september 2015 in zaak nr. 15/410 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Veiligheid en Justitie. Openbare zitting gehouden op 3 oktober 2016. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman voorzitter Staatsraad mr. B.P. Vermeulen lid Staatsraad mr. A.B.M. Hent rapporteur griffier: mr.

T. Hartsuiker Verschenen: De minister, vertegenwoordigd door mr. J. Jansen en mr. H.O. Nieuwpoort, beiden werkzaam bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (hierna: de CVOM). Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 10 september 2015. De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Daartoe overweegt zij het volgende. De minister heeft in zijn nader verweerschrift van 22 september 2016 aangevoerd dat in deze zaak sprake is van misbruik van recht. De Afdeling is van oordeel dat in deze zaak sprake is van aan [appellante] toe te rekenen misbruik door haar [gemachtigde] van de wettelijke bevoegdheid om een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) in te dienen en hoger beroep in te stellen.

Dit oordeel is op de volgende feiten en omstandigheden gebaseerd: - de Afdeling heeft in een groot aantal uitspraken (onder meer de uitspraken van 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4129, 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2446, 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:157, 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1102, 8 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1585, 6 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1885 en ECLI:NL:RVS:2016:1884, 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1950 en ECLI:NL:RVS:2016:1957, en 24 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2312) ten aanzien van soortgelijke Wob-procedures als in deze zaak waarbij [gemachtigde] is betrokken, geoordeeld dat misbruik is gemaakt van de bevoegdheid om een Wob-verzoek in te dienen en een rechtsmiddel in te stellen.

Dat [gemachtigde] dit misbruik veelvuldig maakt, wordt bevestigd door het in het nader verweerschrift van de minister genoemde bedrag van € 309.318,00 dat [gemachtigde] in de periode van 2012 tot en met 2015 aan dwangsommen en proceskostenvergoedingen heeft ontvangen in verband met, zoals het verzoek in deze zaak, bij de CVOM ingediende Wob-verzoeken; - [gemachtigde] voert als rechtsbijstandverlener veel procedures over Wob-verzoeken, waarbij hij veelvuldig gebruik maakt van zeer algemeen geformuleerde machtigingen, zoals hij ook in deze zaak heeft gedaan; - het doel van het Wob-verzoek en de reikwijdte ervan zijn onduidelijk; in het verzoek wordt gevraagd om "de verzendadministratie van het cluster Wob over de periode 1 oktober 2014 t/m 6 oktober 2014"; zoals de minister ter zitting te kennen heeft gegeven, heeft hij [gemachtigde] bij brief van 15 oktober 2014 gevraagd zijn verzoek te verduidelijken, bijvoorbeeld door een bepaald besluit te noemen waarvan hij de verzendadministratie wil verkrijgen, maar heeft [gemachtigde] in zijn reactie op deze vraag van de minister geen verduidelijking gegeven, maar slechts naar het Wob-verzoek verwezen; - [appellante] is eigenaar en directeur van een juridisch adviesbureau waarvoor [persoon] als rechtsbijstandverlener werkzaam is.

Beiden hebben ruime ervaring met procedures over Wob-verzoeken. Dit wordt bevestigd door de mededeling van de minister ter zitting dat [appellante] in de periode van 2012 tot en met 2015 112 Wob-verzoeken bij de CVOM heeft ingediend. In plaats van het Wob-verzoek in deze zaak zelf in te dienen en zelf te procederen, of zich door [persoon] te laten bijstaan, heeft [appellante] ervoor gekozen om [gemachtigde] in te schakelen; - in bezwaar en beroep is [gemachtigde] gevraagd om een specifiekere machtiging over te leggen, hetgeen hij niet heeft gedaan.

Hij noch [appellante] is voorts ter zitting van de rechtbank verschenen. Eerst in hoger beroep heeft [gemachtigde] een brief van [appellante] overgelegd waarin duidelijkheid wordt verschaft over het punt waarover in bezwaar en beroep twijfel bestond. Deze manier van procederen is kennelijk gericht op het incasseren van proceskostenvergoedingen. w.g. Borman w.g. Hartsuiker voorzitter griffier 620.