Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2016:2138 ECLI:NL:RVS:2016:2138 AI generated

ECLI:NL:RVS:2016:2138 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2016:2138
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201504566/1/A2. Datum uitspraak: 3 augustus 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 mei 2015 in zaak nr. 14/5079 in het geding tussen: [appellante] en de Belastingdienst/Toeslagen. Procesverloop Bij besluit van 10 juni 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het aan [appellante] over het jaar 2009 toegekende voorschot kinderopvangtoeslag herzien en op nihil gesteld. Bij besluit van 15 juli 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2016:2138 · Raad van State: Ter zitting heeft zij daaraan toegevoegd dat toen zij de kinderopvangtoeslag aanvroeg nergens uit viel op te maken dat als de kosten niet volledig werden voldaan, het gehele bedrag aan kinderopvangtoeslag zou moeten worden terugbetaald. Wettelijk kader 5. Ingevolge artikel 1, eerste lid, aanhef en onder n, van de Wko, zoals deze wet luidde ten tijde van belang, wordt onder kinderopvangtoeslag verstaan een tegemoetkoming van het Rijk in de kosten van kinderopvang. Ingevolge artikel 5, eerste lid, heeft een ouder aanspraak op een kinderopvangtoeslag in de door hem of zijn partner te betalen kosten jegens het Rijk.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2015:1170
201406947/1/A2. Datum uitspraak: 15 april 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 juli 2014 in zaak nr. 13/7471 in het geding tussen: [appellant] en de Belastingdienst/Toeslagen. Procesverloop Bij onderscheiden besluiten van 24 juli 2012 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan [appellant] toegekende voorschotten kinderopvangtoeslag over de jaren 2007 tot en met 2011 herzien en op nihil gesteld. Bij besluit van 29 oktober 2013 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellant] tegen die besluiten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
ECLI:NL:RVS:2011:BQ8833
Procesverloop Bij besluit van 18 juni 2009 heeft de Belastingdienst het voorschot kinderopvangtoeslag 2008 herzien en gewijzigd vastgesteld op nihil.
ECLI:NL:RVS:2013:CA2106
de Belastingdienst/Toeslagen, 2.
ECLI:NL:RVS:2014:1114
201209147/1/A2. Datum uitspraak: 2 april 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 13 september 2012 in zaak nr. 12/3258 in het geding tussen: [appellante] en de Belastingdienst/Toeslagen. Procesverloop Bij besluit van 3 juni 2011 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag van [appellante] over 2009 herzien en op € 621,00 gesteld. Bij besluit van 9 maart 2012, aangevuld bij besluit van 22 maart 2012, (hierna tezamen: het besluit op bezwaar) heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het voorschot herzien en op nihil gesteld.
ECLI:NL:RVS:2014:2519
201308922/1/A2. Datum uitspraak: 9 juli 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de Belastingdienst/Toeslagen, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 augustus 2013 in zaak nr. 12/2664 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te [woonplaats], en de Belastingdienst/Toeslagen. Procesverloop Bij besluit van 9 juni 2011 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag van [wederpartij] over het jaar 2009 herzien op € 1.412,00 en het te veel betaalde voorschot teruggevorderd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201504566/1/A2. Datum uitspraak: 3 augustus 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 mei 2015 in zaak nr. 14/5079 in het geding tussen: [appellante] en de Belastingdienst/Toeslagen. Procesverloop Bij besluit van 10 juni 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het aan [appellante] over het jaar 2009 toegekende voorschot kinderopvangtoeslag herzien en op nihil gesteld. Bij besluit van 15 juli 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 1 mei 2015 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. De Belastingdienst/Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 juli 2016, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. J. Nieuwstraten, advocaat te Rotterdam, en de Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door drs.

J.G.C. van de Werken, werkzaam bij de dienst, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. [appellante] heeft haar kinderen [kind 1], geboren op 17 maart 2004, en [kind 2], geboren op 14 december 2007, in 2009 laten opvangen via [gastouderbureau]. Het voorschot kinderopvangtoeslag is voor het berekeningsjaar 2009 bij besluit van 18 mei 2010 herzien naar € 25.145,00. Bij brief van 26 maart 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen [appellante] verzocht om een kopie van elk contract dat zij of haar toeslagpartner met het gastouderbureau heeft afgesloten over te leggen.

Voorts is verzocht om kopieën van betaalbewijzen op te sturen waaruit blijkt dat [appellante] of haar toeslagpartner kosten heeft gemaakt voor kinderopvang via [gastouderbureau] in 2009. [appellante] heeft op 6 april 2014 gereageerd op het verzoek om informatie. Zij heeft een overeenkomst overgelegd en aangegeven dat de kinderopvangtoeslag rechtstreeks is overgemaakt aan [gastouderbureau]. Het gastouderbureau heeft de kinderopvangtoeslag onder inhouding van de bemiddelingskosten op de rekening van [appellante] gestort. Zij heeft het bedrag dat overbleef na aftrek van de bemiddelingskosten overgemaakt op de rekening van de gastouder en geen aanvullende betalingen aan de gastouder gedaan.

2. Aan het besluit van 10 juni 2014, gehandhaafd bij het besluit van 15 juli 2014, heeft de Belastingdienst/Toeslagen ten grondslag gelegd dat [appellante] niet heeft aangetoond dat zij de kosten van kinderopvang over dat jaar volledig heeft voldaan. Uit de door [appellante] overgelegde bewijsstukken heeft de Belastingdienst/Toeslagen opgemaakt dat [appellante] met [gastouderbureau] een schenkingsconstructie is overeengekomen en zelf in 2009 geen kosten voor kinderopvang heeft betaald. Oordeel rechtbank 3. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellante] geen recht heeft op kinderopvangtoeslag over het berekeningsjaar 2009.

Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat niet in geschil is dat [appellante] de verstrekte kinderopvangtoeslag heeft aangewend ter bestrijding van de kosten voor kinderopvang en dat tevens vaststaat dat zij in 2009 zelf geen kosten voor kinderopvang heeft voldaan. De rechtbank heeft voorts overwogen dat het niet op de weg van de Belastingdienst/Toeslagen ligt om een vraagouder te informeren over de vereisten om aanspraak te kunnen maken op kinderopvangtoeslag, maar dat het op de weg van [appellante] ligt om vóór de aanvraag van kinderopvangtoeslag onderzoek te doen naar deze vereisten.

Dat [appellante] volgens haar door de Belastingdienst/Toeslagen niet voldoende geïnformeerd is over deze vereisten en dat de wetgeving hieromtrent eveneens onduidelijk zou zijn, komt voor rekening en risico van [appellante], aldus de rechtbank. Gronden van het hoger beroep 4. [appellante] betoogt dat zij er niet van op de hoogte was dat zij zelf kosten voor kinderopvang moest voldoen en dat het niet op haar weg lag om vóór de aanvraag om kinderopvangtoeslag onderzoek te doen naar de voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op kinderopvangtoeslag.

In de praktijk voldeed de informatievoorziening van de Belastingdienst/Toeslagen niet aan de door de wetgever voorgestane wijze waarop de uitvoering van de wet dient plaats te vinden. Blijkens de Wet kinderopvang (hierna: Wko), de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir) en de geschiedenis van de totstandkoming van deze wetten bestaat recht op een tegemoetkoming als ouders die gebruik maken van kinderopvang zorg en arbeid combineren. Daarbij is niet de voorwaarde gesteld dat ouders zelf ook daadwerkelijk kosten moeten hebben betaald. [appellante] betwist dan ook dat deze voorwaarde in de wet is gesteld en stelt dat als deze voorwaarde zou gelden, er informatie beschikbaar had moeten zijn waarin dit helder en inzichtelijk werd gemaakt, voordat zij de kinderopvangtoeslag aanvroeg.

Ter zitting heeft zij daaraan toegevoegd dat toen zij de kinderopvangtoeslag aanvroeg nergens uit viel op te maken dat als de kosten niet volledig werden voldaan, het gehele bedrag aan kinderopvangtoeslag zou moeten worden terugbetaald. Wettelijk kader 5. Ingevolge artikel 1, eerste lid, aanhef en onder n, van de Wko, zoals deze wet luidde ten tijde van belang, wordt onder kinderopvangtoeslag verstaan een tegemoetkoming van het Rijk in de kosten van kinderopvang. Ingevolge artikel 5, eerste lid, heeft een ouder aanspraak op een kinderopvangtoeslag in de door hem of zijn partner te betalen kosten jegens het Rijk.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, is de hoogte van de toeslag afhankelijk van de kosten van kinderopvang per kind die onder meer worden bepaald door het aantal uren kinderopvang per kind in het berekeningsjaar en de voor die kinderopvang te betalen prijs. Ingevolge artikel 18, eerste lid, van de Awir verstrekt een belanghebbende de Belastingdienst/Toeslagen desgevraagd alle gegevens en inlichtingen die voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming van belang kunnen zijn. Beoordeling 6.

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1170) volgt uit artikel 1, eerste lid, aanhef en onder n, van de Wko dat kinderopvangtoeslag een tegemoetkoming van het Rijk in de kosten van kinderopvang is. Dit betekent dat, zoals ook volgt uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wko (Kamerstukken II 2001/02, 28 447, nr. 3, blz. 20-21), een deel van de kosten van kinderopvang voor rekening van de ouder blijft. De wetgever gaat er dus vanuit dat de kosten van kinderopvang in ieder geval gedeeltelijk door de ouder worden gedragen.

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ8833), volgt voorts uit artikel 18, eerste lid, van de Awir, gelezen in verbinding met artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wko, dat degene die aanspraak maakt op kinderopvangtoeslag, moet kunnen aantonen dat hij kosten van kinderopvang heeft gehad en wat de hoogte ervan is. De hoogte van de toeslag is immers afhankelijk van de gemaakte kosten. Dat betekent dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat [appellante] ook zonder uitdrukkelijke voorlichting van de Belastingdienst/Toeslagen op dit punt, had moeten begrijpen dat zij alleen aanspraak kon maken op kinderopvangtoeslag, indien zij het volledige bedrag aan kosten ook daadwerkelijk zou betalen.

De Afdeling heeft verder overwogen (zie bijvoorbeeld haar uitspraak van 5 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA2106) dat doel en strekking van de regeling tot het toekennen van kinderopvangtoeslag zich ertegen verzetten dat bij verrekening van de schenking met de eigen bijdrage aanspraak op kinderopvangtoeslag bestaat. Daartoe wordt in aanmerking genomen dat door de wetgever bedoeld is dat, om voor toeslag in aanmerking te kunnen komen, de kosten van de opvang daadwerkelijk door de vraagouder moeten zijn gedragen. Dat betekent dat [appellante] de kosten voor kinderopvang daadwerkelijk moet hebben gedragen.

Dat de schenking door de gastouder de reden is dat [appellante] een deel van de kosten van kinderopvang over 2009 niet heeft voldaan, komt voor haar rekening en risico. Dat [appellante] een deel van de kosten, te weten het bedrag ter hoogte van het voorschot kinderopvangtoeslag, wel heeft voldaan, betekent niet dat zij aanspraak kan maken op een evenredig lager voorschot. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 2 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1114 en van 9 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2519), bestaat geen aanspraak op kinderopvangtoeslag indien de vraagouder niet kan aantonen dat hij het volledige bedrag aan kosten ook daadwerkelijk heeft betaald.

Niet in geschil is dat [appellante] niet het volledige bedrag heeft betaald. Dat zij niet wist dat zij bij het niet voldoen van alle kosten geen aanspraak zou kunnen maken op een evenredig deel van de kinderopvangtoeslag, kan haar niet baten, nu uit artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wko voortvloeit dat de hoogte van de toeslag afhankelijk is van de gemaakte kosten en niet van het deel van de kosten dat is betaald. Nu vaststaat dat [appellante] niet alle kosten van kinderopvang heeft betaald, heeft zij geen aanspraak op kinderopvangtoeslag over 2009.

Het betoog faalt.

7. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Nu het besluit op bezwaar van 15 juli 2014 rechtmatig is, dient het verzoek om schadevergoeding te worden afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bevestigt de aangevallen uitspraak; II. wijst het verzoek om schadevergoeding af. Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. van Zanten, griffier. w.g. Van Ettekoven w.g. Van Zanten lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2016 97.