Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2016:1774 ECLI:NL:RVS:2016:1774 AI generated

ECLI:NL:RVS:2016:1774 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2016:1774
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

de vennootschap onder firma [partij] en anderen; 2. [verzoeker A] en het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel. Openbare zitting gehouden op 9 juni 2016 om 11.30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. S.F.M. Wortmann, voorzieningenrechter griffier: mr. M.J. van der Zijpp Verschenen: [verzoeker], bijgestaan door ing. L. Visscher; Het college, vertegenwoordigd door J.C. de Goede, werkzaam bij de gemeente; [partij], vertegenwoordigd door mr. T. van der Weijde. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 26 april 2016 van de rechtbank. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2016:1774 · Raad van State: [verzoeker A] en het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel. Openbare zitting gehouden op 9 juni 2016 om 11.30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. S.F.M. Wortmann, voorzieningenrechter griffier: mr. M.J. van der Zijpp Verschenen: [verzoeker], bijgestaan door ing. L. Visscher; Het college, vertegenwoordigd door J.C. de Goede, werkzaam bij de gemeente; [partij], vertegenwoordigd door mr. T. van der Weijde. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 26 april 2016 van de rechtbank. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201603856/2/A1. Datum uitspraak: 9 juni 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [verzoeker A] en [verzoeker B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Noardburgum, gemeente Tytsjerksteradiel, verzoekers, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de rechtbank) van 26 april 2016 in zaken nrs. 14/4834 en 14/5502 in het geding tussen:

1. de vennootschap onder firma [partij] en anderen; 2. [verzoeker A] en het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel. Openbare zitting gehouden op 9 juni 2016 om 11.30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. S.F.M. Wortmann, voorzieningenrechter griffier: mr. M.J. van der Zijpp Verschenen: [verzoeker], bijgestaan door ing. L. Visscher; Het college, vertegenwoordigd door J.C. de Goede, werkzaam bij de gemeente; [partij], vertegenwoordigd door mr. T. van der Weijde. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 26 april 2016 van de rechtbank. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Daartoe overweegt zij het volgende. De door [verzoeker] verzochte voorziening strekt tot onmiddellijke beëindiging van de houtbewerkings- en houtverwerkingsactiviteiten en de daarmee samenhangende houtopslag op het perceel [locatie] te Noardburgum. Daartoe betoogt [verzoeker] dat deze activiteiten in strijd met het geldende bestemmingsplan zijn. Het ingestelde hoger beroep heeft echter geen betrekking op een besluit waarbij activiteiten met in achtneming van of in afwijking van het bestemmingsplan worden toegestaan.

De daarop toegesneden gevraagde voorziening kan in deze procedure dan ook niet worden getroffen. Het hoger beroep heeft betrekking op een besluit tot het stellen van maatwerkvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dat besluit ziet niet op het toestaan van de door [verzoeker] bedoelde activiteiten. [verzoeker] heeft dan ook geen spoedeisend belang bij schorsing van dat besluit. Voor zover hij meent dat de gestelde maatwerkvoorschriften niet worden nageleefd, kan hij bij het college om handhaving verzoeken. w.g. Wortmann w.g.

Van der Zijpp voorzieningenrechter griffier 262-727.