ECLI:NL:RVS:2015:887 · Raad van State
Legislator summary
AI generated201410352/1/R6. Datum uitspraak: 18 maart 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, en de raad van de gemeente de Ronde Venen, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 30 oktober 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Blijdrecht" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 maart 2015, waar [appellant], bijgestaan door [persoon 1] en [persoon 2], en de raad, vertegenwoordigd door H.P. van Berkel en A.W.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:6 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2015:887 · Raad van State: De conclusie is dat [appellant] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) en dat hij daartegen ingevolge artikel 8:1, van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 van de Awb geen beroep kan instellen. Het beroep is niet-ontvankelijk. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
201410352/1/R6. Datum uitspraak: 18 maart 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, en de raad van de gemeente de Ronde Venen, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 30 oktober 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Blijdrecht" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 maart 2015, waar [appellant], bijgestaan door [persoon 1] en [persoon 2], en de raad, vertegenwoordigd door H.P. van Berkel en A.W.
Bosman, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Overwegingen 1. Het plan voorziet in de herontwikkeling van zwembadlocatie Blijdrecht door het slopen van het thans aanwezige zwembad en het realiseren van 20 grondgebonden woningen. Ontvankelijkheid 2. De raad stelt dat [appellant] geen belang heeft bij een beoordeling van het bestreden besluit en zijn beroep dan ook niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. 2.1. [appellant] woont op een afstand van ongeveer 115 m van het plangebied. Vanuit zijn woning heeft hij geen zicht op de betrokken percelen.
Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt, is deze afstand naar het oordeel van de Afdeling te groot om een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang aan te nemen. Voorts heeft [appellant] geen feiten en omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat ondanks deze afstand een objectief en persoonlijk belang van hem rechtstreeks door het besluit zou worden geraakt. Een louter subjectief gevoel van betrokkenheid bij een besluit, hoe sterk dat gevoel ook is, is daarvoor niet voldoende.
De conclusie is dat [appellant] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) en dat hij daartegen ingevolge artikel 8:1, van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 van de Awb geen beroep kan instellen. Het beroep is niet-ontvankelijk. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr.
A. Verhoeven, griffier. w.g. Hoekstra w.g. Verhoeven lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2015 690.