Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2015:3261 ECLI:NL:RVS:2015:3261 AI generated

ECLI:NL:RVS:2015:3261 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2015:3261
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201504701/2/A1. Datum uitspraak: 8 oktober 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 11 mei 2015 in zaak nr. 14/1493 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te Hippolytushoef, gemeente Hollands Kroon, en het college.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2015:3261 · Raad van State: 201504701/2/A1. Datum uitspraak: 8 oktober 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 11 mei 2015 in zaak nr. 14/1493 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te Hippolytushoef, gemeente Hollands Kroon, en het college.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201504701/2/A1. Datum uitspraak: 8 oktober 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 11 mei 2015 in zaak nr. 14/1493 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te Hippolytushoef, gemeente Hollands Kroon, en het college.

Openbare zitting gehouden op 8 oktober 2015 om 11:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. D.A.C. Slump voorzieningenrechter griffier: mr. N.D.T. Pieters Verschenen: Het college, vertegenwoordigd door mr. R. Bergman en P. Glim, beiden werkzaam bij de gemeente. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 11 mei 2015 van de rechtbank. Het college heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon geen nieuw besluit op het door [wederpartij] gemaakte bezwaar hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Daartoe overweegt hij het volgende. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat het college in afwachting van de uitspraak op het hoger beroep geen uitvoering hoeft te geven aan de aangevallen uitspraak. Uit de aangevallen uitspraak volgt dat het college een nieuw besluit op het door [wederpartij] gemaakte bezwaar dient te nemen. Het college moet daarbij de overwegingen van de rechtbank in acht nemen. Gelet op hetgeen het college ter motivering van het hoger beroep heeft aangevoerd en op het verhandelde ter zitting, bestaat gerede twijfel of de aangevallen uitspraak in hoger beroep onverkort in stand zal blijven.

Het belang van het college bij de gevraagde voorziening weegt daarom zwaarder dan dat van [wederpartij] bij het nemen van een nieuw besluit op bezwaar voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. w.g. Slump w.g. Pieters voorzieningenrechter griffier 473.