Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2015:2790 ECLI:NL:RVS:2015:2790 AI generated

ECLI:NL:RVS:2015:2790 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2015:2790
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201300918/1/V2. Datum uitspraak: 27 augustus 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Assen, van 27 december 2012 in zaak nr. 12/21768 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 3 juli 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2015:2790 · Raad van State: 201300918/1/V2. Datum uitspraak: 27 augustus 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Assen, van 27 december 2012 in zaak nr. 12/21768 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 3 juli 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201300918/1/V2. Datum uitspraak: 27 augustus 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Assen, van 27 december 2012 in zaak nr. 12/21768 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Procesverloop Bij besluit van 3 juli 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 27 december 2012 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Bij besluit van 8 september 2012 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Bij uitspraak van 13 juli 2015 in zaak nr. 201209762/1/V2 heeft de Afdeling het hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank, waarbij zij het door de vreemdeling tegen het besluit van 8 september 2012 ingestelde beroep ongegrond heeft verklaard, kennelijk gegrond verklaard en die uitspraak en dat besluit vernietigd. 1.1.

Uit het vorenstaande volgt dat de staatssecretaris opnieuw op de asielaanvraag van de vreemdeling moet beslissen. De werking van het inreisverbod van 3 juli 2012 is thans daarom opgeschort. Indien de staatssecretaris besluit de asielaanvraag van de vreemdeling in te willigen moet het inreisverbod van 3 juli 2012 geacht te zijn ingetrokken (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 20 juni 2013 in zaak nr. 201210774/1/V3). Onder deze omstandigheden heeft de vreemdeling thans geen belang bij de beoordeling van het hoger beroep. Zulk belang kan eerst ontstaan indien de staatssecretaris de asielaanvraag afwijst en het inreisverbod herleeft.

De staatssecretaris dient zich in het nieuw te nemen besluit opnieuw uit te laten over dat inreisverbod en de vreemdeling kan het inreisverbod desgewenst dan laten toetsen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 31 juli 2015 in zaak nr. 201403715/1/V2).

2. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Ahmady-Pikart, griffier. w.g. Van der Wiel w.g. Ahmady-Pikart lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2015 753.