Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2015:1575 ECLI:NL:RVS:2015:1575 AI generated

ECLI:NL:RVS:2015:1575 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2015:1575
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201501504/2/R3. Datum uitspraak: 11 mei 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoeker], wonend te Hendrik-Ido-Ambacht, en de raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, verweerder. Openbare zitting gehouden op 11 mei 2015 om 11:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. D.A.C. Slump voorzieningenrechter griffier: mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2015:1575 · Raad van State: 201501504/2/R3. Datum uitspraak: 11 mei 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoeker], wonend te Hendrik-Ido-Ambacht, en de raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, verweerder. Openbare zitting gehouden op 11 mei 2015 om 11:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. D.A.C. Slump voorzieningenrechter griffier: mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201501504/2/R3. Datum uitspraak: 11 mei 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoeker], wonend te Hendrik-Ido-Ambacht, en de raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, verweerder. Openbare zitting gehouden op 11 mei 2015 om 11:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. D.A.C. Slump voorzieningenrechter griffier: mr.

M. Vletter Verschenen: [verzoeker], bijgestaan door mr. H.J.M. Winkelhuijzen, advocaat te Alphen aan den Rijn, en de raad, vertegenwoordigd door mr. H.W.J. Visser, J.T.M. van Boxtel en mr. A.J. Melkert, allen werkzaam bij de gemeente. Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 1 december 2014, waarbij het bestemmingsplan "Ambachtsezoom" is vastgesteld. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter: schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht van 1 december 2014 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Ambachtsezoom".

Daartoe overweegt hij het volgende. Het plan voorziet door middel van de uit te werken bestemming "Bedrijventerrein - Uit te werken" onder meer in de ontwikkeling van de eerste fase van een bedrijventerrein op een locatie in het zuidwesten van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Inmiddels is een concept-uitwerkingsplan opgesteld en naar verwachting van de raad zal binnen afzienbare tijd een ontwerp-uitwerkingsplan ter inzage worden gelegd. [verzoeker] betoogt onder meer dat het bestemmingsplan in strijd is met artikel 3.1.6, tweede lid, van Besluit ruimtelijke ordening (hierna:

Bro). Hij voert onder meer aan dat het bedrijventerrein is voorzien buiten bestaand stedelijk gebied. De raad heeft volgens hem daarom ten onrechte niet onderzocht of de beoogde ontwikkeling gerealiseerd kan worden op gronden die beschikbaar zijn voor herstructurering, transformatie of anderszins. [verzoeker] noemt een aantal locaties binnen bestaand stedelijk gebied die daarvoor volgens hem mogelijkheden bieden. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 29 april 2015 in zaak nr. 201408996/1/R3 stelt de raad zich op het standpunt dat betwijfeld wordt of het plangebied voldoet aan de eisen die artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder h, van het Bro stelt om als bestaand stedelijk gebied te kunnen worden aangemerkt.

Dit betekent dat voor de toepassing van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro ervan moet worden uitgegaan dat het plan een nieuw beslag legt op de ruimte buiten bestaand stedelijk gebied. De raad verwacht dat kan worden voldaan aan de in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, gestelde voorwaarden, maar dat, mogelijk op basis van aanvullend onderzoek, de motivering van het bestreden besluit op dit punt wellicht aanpassing behoeft. Gelet op deze omstandigheden heeft de raad ter zitting ingestemd met een schorsing van het bestreden besluit. Daarbij is van belang dat de voorzieningenrechter heeft toegezegd te zullen trachten de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen.

Deze behandeling zal naar verwachting in het najaar van 2015 kunnen plaatsvinden. Voor een proceskostenveroordeling ziet de voorzieningenrechter mede gelet op de aanleiding voor de getroffen voorlopige voorziening geen aanleiding. w.g. Slump w.g. Vletter voorzieningenrechter griffier 653.