Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2015:125 ECLI:NL:RVS:2015:125 AI generated

ECLI:NL:RVS:2015:125 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2015:125
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201406722/1/A4. Datum uitspraak: 21 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te Rotterdam, en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 9 mei 2014 heeft het college zijn beslissing om op 29 april 2014 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 10 van de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 in verbinding met artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2009 op onjuiste wijze aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2015:125 · Raad van State: 201406722/1/A4. Datum uitspraak: 21 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te Rotterdam, en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 9 mei 2014 heeft het college zijn beslissing om op 29 april 2014 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 10 van de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 in verbinding met artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2009 op onjuiste wijze aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld.

Keywords

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht
Partijen hebben toestemming verleend, als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht, om in het geding uitspraak te doen zonder zitting.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201406722/1/A4. Datum uitspraak: 21 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te Rotterdam, en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 9 mei 2014 heeft het college zijn beslissing om op 29 april 2014 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 10 van de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 in verbinding met artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2009 op onjuiste wijze aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld.

Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 115,00) voor rekening van [appellant] komen. Bij besluit van 2 juli 2014 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. Bij besluit van 15 oktober 2014 heeft het college het besluit van 9 mei 2014 ingetrokken. Partijen hebben toestemming verleend, als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht, om in het geding uitspraak te doen zonder zitting. Vervolgens heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. Overwegingen 1. Bij besluit van 15 oktober 2014 heeft het college het besluit van 9 mei 2014 ingetrokken. Daarbij heeft het college zich op het standpunt gesteld dat ten onrechte handhavend is opgetreden jegens [appellant]. Gelet op het besluit van 15 oktober 2014 heeft [appellant] geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Voor zover [appellant] een principiële uitspraak wenst over het besluit van 9 mei 2014 wordt overwogen dat, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 26 maart 2014 in zaak nr. 201306469/1/A2), het enkele feit dat een partij een principiële uitspraak van de Afdeling wenst, geen rechtens te honoreren belang oplevert.

2. Het beroep is niet-ontvankelijk.

3. Van proceskosten die op grond van artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken. Aangezien het college met het besluit van 15 oktober 2014 aan het beroep is tegemoetgekomen, ziet de Afdeling aanleiding het college te gelasten het door [appellant] betaalde griffierecht te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk; II. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 45,00 (zegge: vijfenveertig euro) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. W. Sorgdrager, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.T. de Jong, griffier. w.g. Sorgdrager w.g. De Jong lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2015 628.