Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2014:953 ECLI:NL:RVS:2014:953 AI generated

ECLI:NL:RVS:2014:953 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2014:953
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201304737/1/A2. Datum uitspraak: 19 maart 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 18 april 2013 in zaak nr. 12/1063 in het geding tussen: [appellant] en het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad). Procesverloop Bij besluit van 24 januari 2012 heeft de raad een verzoek van [appellant] om een toevoeging afgewezen. Bij besluit van 27 februari 2012 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2014:953 · Raad van State: 201304737/1/A2. Datum uitspraak: 19 maart 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 18 april 2013 in zaak nr. 12/1063 in het geding tussen: [appellant] en het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad). Procesverloop Bij besluit van 24 januari 2012 heeft de raad een verzoek van [appellant] om een toevoeging afgewezen. Bij besluit van 27 februari 2012 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201304737/1/A2. Datum uitspraak: 19 maart 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 18 april 2013 in zaak nr. 12/1063 in het geding tussen: [appellant] en het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad). Procesverloop Bij besluit van 24 januari 2012 heeft de raad een verzoek van [appellant] om een toevoeging afgewezen. Bij besluit van 27 februari 2012 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 april 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 5 maart 2014. Overwegingen 1. Hetgeen [appellant] in hoger beroep aanvoert over de rechtmatigheid van de bij het besluit van 27 februari 2012 gehandhaafde weigering hem de gevraagde toevoeging te verstrekken, is een herhaling van hetgeen hij in beroep heeft aangevoerd en door de rechtbank op goede gronden is verworpen.

Het aangevoerde kan aldus niet leiden tot het daarmee beoogde doel. Voor een vergoeding van de in bezwaar, beroep en hoger beroep gemaakte kosten, als verzocht, is geen plaats.

2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van staat. w.g. Van Altena w.g. Dallinga voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2014 18-799.