ECLI:NL:RVS:2014:4165 · Raad van State
Legislator summary
AI generated201407654/2/V3. Datum uitspraak: 14 november 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, verzoekster, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen (hierna: de rechtbank), van 9 september 2014 in zaken nrs. 14/19119 en 14/19120 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2014:4165 · Raad van State: 201407654/2/V3. Datum uitspraak: 14 november 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, verzoekster, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen (hierna: de rechtbank), van 9 september 2014 in zaken nrs. 14/19119 en 14/19120 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
201407654/2/V3. Datum uitspraak: 14 november 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, verzoekster, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen (hierna: de rechtbank), van 9 september 2014 in zaken nrs. 14/19119 en 14/19120 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop Bij besluit van 15 augustus 2014 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Bij uitspraak van 9 september 2014 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Voorts heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat de vreemdeling wordt overgedragen aan Italië gedurende de behandeling van het ingestelde hoger beroep.
2. De beoordeling van hetgeen door de vreemdeling in hoger beroep is voorgedragen vergt nader onderzoek, waartoe deze procedure zich niet goed leent. Nu voorts is gebleken van een spoedeisend belang, als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb, komt het verzoek op na te melden wijze voor toewijzing in aanmerking.
3. De voorzieningenrechter acht termen aanwezig om de staatssecretaris op na te melden wijze in de proceskosten te veroordelen. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt overgedragen totdat op het door haar ingestelde hoger beroep is beslist; II. veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 487,00 (zegge: vierhonderdzevenentachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. A.B.M. Hent, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier. w.g. Hent w.g. Verbeek voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 14 november 2014 574-796.